Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieCamelina microcarpa
Camelina microcarpa is herkenbaar aan de kleine, lichtgele bloemen met vier kruisgewijs geplaatste kroonbladen. Als archeofyt maakt de soort deel uit van het traditionele cultuurlandschap en staat deze op de voorwaarschuwingslijst van de Rode Lijst. De plant gedijt op droge standplaatsen.
Zeldzame schoonheid: draag bij aan het behoud van een bedreigde soort uit het cultuurlandschap.
Als inheemse soort is Camelina microcarpa goed aangepast aan de omgeving. Omdat de soort op de voorwaarschuwingslijst (status V) staat, is elk exemplaar waardevol voor het behoud van de biodiversiteit. Tijdens de bloei van mei tot juli biedt de plant voedsel in droge habitats. De plant vormt een AM-mycorrhiza, wat de bodemvitaliteit bevordert. De zaden in de verdroogde stengels dienen in de winter als voedselbron voor vogels.
Camelina microcarpa is niet geschikt voor consumptie en dient niet in de nabijheid van speelgebieden voor kleine kinderen te worden geplaatst. Let op de peervormige hauwtjes voor een correcte determinatie ten opzichte van andere kruisbloemigen.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
—
Bloeitijd
Mai – Jul
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.37 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een volledig zonnige standplaats.
De bodem dient goed doorlatend en eerder voedselarm te zijn.
Een plek in een rotstuin of op een droge helling is ideaal.
De planttijd is tussen maart en mei of in het najaar van september tot november.
Druk de zaden slechts licht aan, aangezien ze licht nodig hebben om te kiemen.
Water geven is alleen in de beginfase of bij extreme droogte noodzakelijk.
Laat de hauwtjes rijpen voor natuurlijke uitzaaiing.
Snoei pas in de late winter om de structuur gedurende de winter te behouden.
Geschikte partner: Anthemis tinctoria, die vergelijkbare eisen stelt aan de standplaats.
Camelina microcarpa behoort tot de familie van de kruisbloemigen (Brassicaceae). De soort is inheems en komt voor op droge, warme graslanden en langs wegen. De een- tot tweejarige plant bereikt een hoogte tot 60 centimeter en heeft behaarde stengels. Kenmerkend zijn de ongeveer 5 millimeter lange, peervormige hauwtjes die zich na de bloei ontwikkelen.
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →