Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieCampanula carpatica
Campanula carpatica valt op door de grote, wijd openstaande, beker- tot klokvormige bloemen in lichtblauw of wit. Deze kruidachtige plant groeit in dichte, kussenvormige matten en bereikt een hoogte van 0,2 m. De plant bloeit uitzonderlijk lang, van juni tot in november. Campanula carpatica is niet kindvriendelijk en gedijt het best op zonnige standplaatsen.
Langbloeiende soort voor steen en border: van juni tot november 0,2 m aan blauwe bloemen.
Campanula carpatica bloeit van juni tot november en vormt daarmee een laatbloeiend element. De zaden wegen 0,0594 mg, wat verspreiding via de wind mogelijk maakt. De kussenvormige en breedbladerige groeiwijze biedt beschutting aan kleine organismen op de bodem. De langdurige bloei draagt bij aan het aanbod van bloemen in de tuin en is geschikt voor het ecologisch opwaarderen van kleine, stenige oppervlakken.
Campanula carpatica is niet kindvriendelijk. Plaats de plant met zorg in tuinen waar kleine kinderen spelen. Bij vermoeden van vergiftiging of onwelzijn na contact, dient contact te worden opgenomen met de relevante hulpdiensten.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Jun – Nov
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.2 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Planttijd: voorjaar (maart tot mei) of najaar (september tot november), mits de bodem vorstvrij is.
Standplaats: zonnig tot halfschaduw met een goed doorlatende bodem.
Voorkom wateroverlast om wortelschade te vermijden.
Plantafstand: circa 20 centimeter om de kussenvorming te bevorderen.
Hoogte: 0,2 m; ondersteuning is niet nodig.
Onderhoud: het verwijderen van uitgebloeide bloeiwijzen in de nazomer kan de bloeiperiode tot in november verlengen.
Vermeerdering: vindt vaak spontaan plaats via de lichte zaden die door de wind worden verspreid.
Goede combinatie: Achillea millefolium, vanwege vergelijkbare standplaatseisen en kleurcontrast.
Campanula carpatica behoort tot de familie van de klokjesfamilie (Campanulaceae). De soort is inheems in de Karpaten en is aangepast aan rotsachtige habitats. Het is een overblijvende, niet-verhoutende kruidachtige plant met een breedbladerige structuur. De plant blijft compact met een hoogte van 0,2 m. De verspreidingsstrategie berust op zaden met een zeer laag gewicht, waardoor deze door de wind kunnen worden verspreid.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →