Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieCampanula garganica
Campanula garganica is herkenbaar aan de stervormige, lichtblauwe bloemen. In juni vormt de plant een bloemenzee die grijze stenen en droge muren bedekt. Als gespecialiseerde rotsbewoner koloniseert deze soort nissen waar andere planten nauwelijks kunnen groeien. Tijdens de bloeiperiode fungeert de plant als nectarplant voor diverse bloembezoekers. Een plek in een muurspleet of rotstuin biedt waardevolle leefruimte op een beperkt oppervlak.
Blauwe sterrenzee voor de droge muur – robuust, bescheiden en vol leven.
Campanula garganica biedt in juni een voedselbron voor diverse bestuivers. Omdat de plant gedijt in verticale structuren zoals droge muren, benut zij habitats die voor veel andere planten ontoegankelijk zijn. De wijd openstaande bloemen zijn toegankelijk voor insecten met kortere monddelen. Als dichte kussenplant draagt zij bij aan bodemkoeling en biedt zij bescherming aan kleine ongewervelden in rotstuinen.
Campanula garganica is niet veilig voor consumptie. Voorkom dat kleine kinderen plantendelen in de mond steken of inslikken. Neem bij accidentele inname en klachten direct contact op met een antigifcentrum.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Jun – Jun
Standplaats: Volle zon tot halfschaduw, bij voorkeur op warme muurkronen of in steenvoegen.
Bodem: De ondergrond moet doorlatend en kalkhoudend zijn; vermijd zware, natte grond.
Planttijd: Voorjaar (maart tot mei) of najaar (tot november).
Bodemvoorbereiding: Meng indien nodig zand of grind door de grond voor een goede drainage.
Plantafstand: Houd circa 20 centimeter afstand aan.
Onderhoud: Een lichte snoei na de bloei in juni bevordert de compactheid en vitaliteit.
Water geven: Alleen bij extreme droogte water geven, aangezien de plant is aangepast aan droge rotsspleten.
Vermeerdering: In het voorjaar voorzichtig vermeerderen door deling.
Goede partner: Sedum album, die eveneens droge muurvoegen prefereert en het kussen visueel aanvult met succulente bladeren.
Campanula garganica behoort tot de familie Campanulaceae en is inheems in het Adriatische gebied, met name in Italië en Griekenland. De plant groeit bij voorkeur op xerotherme standplaatsen. Morfologisch onderscheidt de soort zich door een platte, kussenvormige groeiwijze en hartvormige, getande bladeren. De bloemen staan in dichte trossen en openen zich tot een opvallende stervorm, wat voor het geslacht Campanula ongebruikelijk is.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →