Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieCephalotaxus fortunei
Cephalotaxus fortunei is direct herkenbaar aan de opvallend lange, in een scheiding gerangschikte naalden. Deze groenblijvende soort fungeert als structureel element en biedt het hele jaar door beschutting voor de fauna. De plant produceert zware zaden die door dieren worden verspreid. Onder het dichte naaldkleed kunnen dieren zoals de gewone pad (Bufo bufo) een beschutte plek vinden.
Groenblijvende structuurgever: 20 meter leefruimte en beschutting voor de natuurlijke tuin.
Door het zware gewicht van de zaden (454,55 mg) dient de plant als voedselbron voor dieren die de verspreiding over korte afstanden verzorgen. Als groenblijvende soort biedt de plant in de winter een schuilplaats voor standvogels zoals de roodborst (Erithacus rubecula). De dichte naalden bieden nestgelegenheid voor vogels die de voorkeur geven aan beschutte, ondoorzichtige beplanting en dragen bij aan de verticale structuur in de tuin.
Cephalotaxus fortunei is niet veilig voor consumptie. Delen van de plant bevatten stoffen die bij inname schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Neem bij accidentele inname direct contact op met een antigifcentrum. Draag bij het snoeien handschoenen om huidirritatie te voorkomen.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Groeivorm
Strauch/Baum
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Nadelblättrig
Bladfenologie
Immergrün
Planthoogte
20 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Groeihoogte: Houd rekening met een eindhoogte van 20,0 m; de plant heeft op termijn voldoende ruimte nodig.
Standplaats: Kies een halfschaduwrijke tot schaduwrijke plek, aangezien de plant direct middaglicht vaak slecht verdraagt.
Bodem: De bodem dient vers (matig vochtig) en humeus te zijn.
Planttijd: Planten in het voorjaar van maart tot mei of in het najaar vanaf september, mits de bodem vorstvrij is.
Aanplant: Graaf een plantgat dat tweemaal zo groot is als de kluit en zorg voor een goede drainage om wateroverlast te voorkomen.
Onderhoud: Snoeien is zelden nodig, maar kan in het vroege voorjaar voor vormgeving worden uitgevoerd.
Plantpartners: Combineer met Dryopteris filix-mas, die hetzelfde schaduwrijke microklimaat prefereert.
Cephalotaxus fortunei behoort tot de familie Cephalotaxaceae en vormt een botanische schakel tussen de taxus en de spar. De soort is inheems in vochtige bergbossen, wat de aanpassing aan schaduwrijke standplaatsen verklaart. De plant groeit als een meerstammige struik of boom die op latere leeftijd een aanzienlijke hoogte bereikt. De takken dragen aanzienlijk langere naalden dan de inheemse taxus, waardoor de soort morfologisch goed te onderscheiden is.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →