Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieChabertia ovina
inheems Nederland
NSR v20260516 (Nederlands Soortenregister) · 2026 · 100%
Deze kleine rondworm, behorend tot de nematoden, wordt zelden direct opgemerkt tijdens tuinwerkzaamheden. De soort komt voor waar tuinieren samenkomt met het houden van kleine herkauwers. Chabertia ovina is een 1,5 tot 2 centimeter lange, witachtige rondworm die als endoparasiet in de dikke darm van herkauwers leeft. Het meest kenmerkende aspect is de grote, klokvormige mondholte, de buccale kapsel, waarmee de worm zich aan de darmwand van schapen of geiten hecht. In een natuurlijke tuinomgeving maakt deze soort deel uit van het verborgen ecosysteem dat verbonden is met de gezondheid van grazende dieren.
De cyclus begint in de darm van de gastheer, waar de vrouwtjes eieren leggen die via de uitwerpselen naar buiten komen. Op de weide komen de larven bij voldoende vochtigheid uit. Zij ondergaan twee vervellingen tot het derde stadium, de L3-larve. Dit is het infectieuze stadium waarin de worm wordt opgenomen tijdens het grazen. Vooral in het vochtige voorjaar en in de nazomer migreren deze larven langs de grassprieten omhoog. De winter wordt overleefd als larve op de weide of in een ruststadium in het darmweefsel van de gastheer, waarna de cyclus in het voorjaar opnieuw begint.
Voor tuinbezitters en huisdieren zoals honden en katten is deze worm ongevaarlijk, aangezien de soort strikt gespecialiseerd is op herkauwers. Bij het houden van schapen is een goed weidebeheer essentieel. Omdat infectieuze larven zich meestal in de onderste vijf centimeter van de grassprieten bevinden, helpt het om dieren tijdig naar een nieuw perceel te verplaatsen voordat het gras te kort wordt afgegraasd. Een regelmatige rotatie van de weidepercelen onderbreekt de ontwikkelingscyclus op natuurlijke wijze.
Chabertia ovina behoort tot de orde Strongylida en de familie Strongylidae. Deze groep staat bekend om de gespecialiseerde levenswijze in de spijsverteringsorganen van zoogdieren. De worm is een directe parasiet, wat betekent dat er geen tussengastheer zoals een slak nodig is voor de ontwikkeling. De gastheren zijn primair schapen en geiten; incidenteel worden ook runderen of wilde herkauwers zoals reeën besmet. De soort is wereldwijd verspreid en vertoont een opmerkelijke weerstand tegen lagere temperaturen, wat bijdraagt aan het succes in deze breedtegraden.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →