Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieChenistonia hickmani
Aan haar krachtige, meestal effen bruine tot donkerbruine beharing en de sterke kaken, de zogenaamde cheliceren, is Chenistonia hickmani direct te herkennen. Deze spin behoort tot de vogelspinachtigen (Mygalomorphae), wat betekent dat haar kaken parallel aan elkaar naar beneden klappen en niet als een tang tegen elkaar in werken. Met een lichaamslengte van ongeveer 15 tot 20 millimeter is ze een statige verschijning in de bodemlaag van je tuin. Daar leidt ze een verborgen bestaan in zelfgegraven, met zijde beklede woonbuizen onder stenen of dood hout. Per jaar wordt er meestal slechts één generatie grootgebracht, waarbij het vrouwtje de eicocon intensief bewaakt in de veiligheid van haar buis. Als jager voedt ze zich met bodembewonende geleedpotigen zoals pissebedden (Oniscidea) of loopkevers (Carabidae). De overwintering vindt plaats als volwassen dier of jonge spin diep in de vorstvrije bodem binnenin de beklede buis. Je kunt deze nuttige dieren helpen door gebieden onder struiken bedekt te houden met inheems blad van de haagbeuk (Carpinus betulus). Het vermijden van diep omspitten beschermt hun kwetsbare woonstructuren en waarborgt hun overleving.
Volkomen ongevaarlijk en een graag geziene tuingast. Vanwege haar schuwe levenswijze in de bodem komt het vrijwel nooit tot direct contact met mensen; ze is voor ons absoluut onschadelijk.
De soort behoort tot de familie Anamidae binnen de onderorde van de vogelspinachtigen. Volgens actuele gegevensbestanden is ze in Europa vooral gelokaliseerd in het Verenigd Koninkrijk, waar ze zeer honkvast en verborgen leeft. Een essentieel kenmerk voor jou als waarnemer is de krachtige, behaarde gestalte en het ontbreken van vangnetten in het struikgewas. In plaats daarvan gebruikt ze de spinnenzijde bijna uitsluitend voor het bekleden van haar aardbuizen.
•GBIF Occurrence Database (CC BY 4.0 / CC0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →