Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieChenopodium glaucum
Chenopodium glaucum is direct herkenbaar aan de opvallende onderzijde van de bladeren, die witachtig bepoederd oogt en sterk contrasteert met de donkergroene bovenzijde. Met een platte groeiwijze van precies 0,23 m hoogte koloniseert deze plant open plekken op voedselrijke bodems. Als archeofyt vormt de soort een lang gevestigd onderdeel van het cultuurlandschap. De zaden dienen in de winter als energiebron voor zaadetende vogels.
Een stikstofindicator met een rijke historie voor natuurlijke tuinen.
Als pioniersoort speelt Chenopodium glaucum een rol bij de eerste kolonisatie van open terreinen. De lichte zaden (0,2103 mg) worden door de wind verspreid en bieden in het najaar voedsel voor vogels. Met een bladoppervlak van 228,83 mm² draagt de plant bij aan bodembeschaduwing. De soort fungeert als stikstofindicator en biedt habitat aan bodembewonende micro-organismen op anders kale plekken.
Chenopodium glaucum is niet kinderveilig. De plant kan nitraat ophopen in de plantendelen, wat bij consumptie schadelijk kan zijn. Voorkom contact met huisdieren en kinderen.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Jul – Okt
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.226 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
April tot mei: Geschikte periode voor kieming of vestiging op open bodem.
Standplaats: Volle zon is vereist voor de zaadvorming.
Bodem: Voedselrijke bodem; de plant fungeert als indicator voor een hoog stikstofgehalte.
Waterbehoefte: Matig vochtig houden; verdraagt korte droge perioden door de bepoederde bladstructuur.
Veiligheid: Niet geschikt voor omgevingen waar kinderen spelen.
Onderhoud: Snoeien is niet nodig, aangezien de plant eenjarig is en zich via zaad verspreidt.
Vermeerdering: Verspreiding van de zaden (0,2103 mg) vindt plaats via de wind.
Chenopodium glaucum behoort tot de familie Chenopodiaceae. De natuurlijke habitat bestaat uit ruderale terreinen en stikstofrijke oevers. De plant groeit kruidachtig en bereikt een hoogte van 0,23 m. De bladeren hebben een oppervlakte van 228,83 mm² en zijn vaak bochtig getand. De soort leeft zonder mycorrhiza, wat bijdraagt aan het concurrentievermogen op verstoorde bodems.
•FloraWeb / BfN
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →