Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieCircaea intermedia
Circaea intermedia kenmerkt zich door verfijnde witte bloemen met twee kroonbladeren en zachte, hartvormige bladeren. Als inheemse soort gedijt deze plant in schaduwrijke hoeken waar andere vegetatie het lastig heeft. Met een hoogte van 0,22 m vormt de plant een dicht, kruidachtig tapijt dat de bodem beschermt en bijdraagt aan een bosachtige sfeer. Het is een geschikte keuze voor een natuurlijke inrichting onder houtige gewassen op vochtige, schaduwrijke locaties.
Verfijnde schaduwplant: bloeit aanhoudend van mei tot september.
Circaea intermedia draagt van mei tot september bij aan de variatie in de tuin. De ecologische waarde ligt primair in de structuurvorming van de kruidlaag. De breedbladige vegetatie beschermt het bodemleven tegen uitdroging en biedt habitat voor kleine bodemdieren, wat bijdraagt aan een gezond microklimaat in schaduwrijke tuindelen.
Circaea intermedia is niet veilig voor consumptie. Voorkom dat kleine kinderen plantendelen in de mond steken. Het verdient aanbeveling de plant in achtergelegen tuindelen of onder struikgewas te plaatsen om direct contact bij spelende kinderen te vermijden.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Mai – Sep
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.224 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een standplaats in de halfschaduw of schaduw, bijvoorbeeld onder inheemse bomen.
Plantperiode: maart of april.
De bodem dient humusrijk en constant vochtig te zijn om de natuurlijke boshabitat na te bootsen.
Houd rekening met een planthoogte van 0,22 m.
Een plantafstand van circa 20 centimeter is ideaal voor een snelle bodembedekking.
Vermeerdering vindt plaats via zelfuitzaaiing en ondergrondse uitlopers.
De plant is niet-verhoutend en trekt zich in de winter volledig terug in de bodem.
Geschikte combinatie: Carex sylvatica, die vergelijkbare vochtige schaduwplekken prefereert.
Circaea intermedia behoort tot de familie Onagraceae en de orde Myrtales. De soort is inheems en komt van nature voor in schaduwrijke, vochtige loofbossen. Het is een kruidachtige, niet-verhoutende plant met een bladoppervlak van 3162,0 mm². Morfologisch gezien is de soort vaak een gestabiliseerde hybride tussen Circaea lutetiana en Circaea alpina, waardoor deze specifieke niches in het bosecosysteem inneemt.
•FloraWeb / BfN
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →