Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieCirsium canum x oleraceum
Cirsium canum x oleraceum is een natuurlijke hybride met bleekgele tot lichtpaarse bloemhoofdjes, omgeven door opvallend lichtgroene, koolachtige schutbladeren. Als kruising tussen twee soorten is deze plant een botanische bijzonderheid die bijdraagt aan de biodiversiteit en voedsel biedt aan diverse bestuivers.
Botanische zeldzaamheid uit Oostenrijk voor vochtige tuinen.
Als distelsoort fungeert deze hybride als nectarplant en pollenbron voor lokale insecten in de zomer. De uitgebloeide zaadstanden kunnen in de winter dienen als voedselbron voor vogels. Het behoud van deze zeldzame genetische kruising draagt bij aan de lokale variatie in de tuin.
Cirsium canum x oleraceum is niet kindvriendelijk vanwege de stekelige bladranden en stengels. Contact kan pijnlijk zijn; het dragen van handschoenen tijdens het planten wordt geadviseerd. De plant is niet giftig.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Jul – Aug
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.48 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Kies een zonnige tot halfschaduwrijke plek.
Bodem: De bodem dient voedselrijk en constant vochtig te zijn; uitdroging moet worden vermeden.
Planttijd: Aanplanten is mogelijk in het voorjaar (maart tot mei) of in het najaar (september tot november), mits de bodem bewerkbaar is.
Onderhoud: De plant is robuust en behoeft nauwelijks ingrepen; laat uitgebloeide stengels gedurende de winter staan.
Vermeerdering: Deling van de wortelstok in het vroege voorjaar is de meest betrouwbare methode, aangezien de zaden van hybriden vaak niet kiemkrachtig of soortecht zijn.
Combinatie: Filipendula ulmaria is een geschikte partner, aangezien beide soorten in de natuur in vochtige graslanden samengroeien.
Deze hybride (Cirsium canum x oleraceum) behoort tot de familie Asteraceae. De plant is inheems in Oostenrijk en ontstaat op locaties waar Cirsium canum en Cirsium oleraceum samen voorkomen. De plant geeft de voorkeur aan vochtige standplaatsen zoals moerasweiden of oevers. De morfologische kenmerken vormen een overgangsvorm tussen beide ouderplanten.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →