Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieClaytonia sibirica
12
Soorten
interageren
12
Interacties
gedocumenteerd
Claytonia sibirica vormt in schaduwrijke tuindelen dichte, groene tapijten. De plant biedt voedsel aan bestuivers zoals de roodpotige groefbij. Dankzij zelfuitzaaiing vult de soort open plekken onder bomen of struiken in.
Een 0,36 m hoge bloeiende bodembedekker voor schaduwrijke plekken en de roodpotige groefbij.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
De roodpotige groefbij profiteert van het bloemaanbod tussen juni en juli. Met een bladoppervlak van 316,0 mm² biedt het dichte loof een koele schuilplaats voor ongewervelde bodemdieren. De verspreiding van de zaden vindt door het lage gewicht van 1,1796 mg effectief plaats via de wind. In de wintermaanden kunnen de resterende zaadstanden dienen als voedselbron voor bodemfoeragerende vogels.
Claytonia sibirica is niet kindveilig. Voorkom dat kinderen plantendelen in de mond nemen. Bij vermoeden van inname of intolerantie dient contact te worden opgenomen met een antigifcentrum.
Licht
Schatten
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
—
Bloeitijd
Jun – Jul
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.357 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Kies een schaduwrijke plek (Ellenberg lichtgetal 4).
Bodem: De bodem dient voedselrijk te zijn, aangezien Claytonia sibirica een sterke groeier is met een hoge behoefte aan nutriënten.
Vochtigheid: Houd de bodem vers tot matig vochtig (Ellenberg vochtigheidsgetal 5); vermijd wateroverlast.
Planttijd: Voorjaar (maart tot mei) of najaar (september tot november).
Groei: De plant blijft met 0,36 m hoogte laag en vormt bodembedekkende bladerkussens.
Vermeerdering: De soort zaait zichzelf uit via lichte zaden (1,1796 mg) die door wind en afstandsuitbreiding worden verspreid.
Onderhoud: Snoeien is niet nodig; laat de bladeren liggen als natuurlijke winterbescherming voor bodemorganismen.
Goede partner: Galium odoratum, die eveneens gedijt in de schaduw en vergelijkbare bodemomstandigheden prefereert.
Claytonia sibirica behoort tot de familie Montiaceae. De natuurlijke habitat omvat schaduwrijke, voedselrijke locaties, vaak nabij bossen of vochtige bosranden. De plant is niet verhout en bereikt een hoogte van 0,36 m. Een kenmerk is de AM-mycorrhiza, een symbiose tussen wortels en schimmels die de opname van voedingsstoffen uit neutrale tot zwak zure bodems ondersteunt.
6 soorten interageren met deze plant
6 andere soorten bezoeken de bloemen
•DoPI - Database of Pollinator Interactions (UK)
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →