Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieClinopodium menthifolium
8
Soorten
interageren
8
Interacties
gedocumenteerd
Clinopodium menthifolium is een vaste plant met lichtviolette lipbloemen in dichte kransen aan opgaande stengels. De soort gedijt in de halfschaduw.
Halbschattiger Hummelmagnet: Die Bergminze bietet drei Monate Nektar nonstop.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Clinopodium menthifolium fungeert als voedselbron voor diverse wilde bijen en hommels, waaronder Bombus sylvarum, Bombus hypnorum, Lasioglossum nitidulum en Bombus lucorum, met een bloeiperiode van juli tot september. De zaden hebben een gewicht van 1,1594 mg en kunnen door de wind worden verspreid.
Clinopodium menthifolium wordt als niet kinderveilig geclassificeerd. Voorkom consumptie van plantendelen.
Licht
Halbschatten
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
Mittelzehrer (Normaler Boden)
Bloeitijd
Jul – Sep
Bodemreactie
Basisch / Kalkhold
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.545 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Lichtbehoefte: Halfschaduw (Ellenberg lichtgetal 5), vermijd directe middagzon.
Bodemvochtigheid: De bodem dient vers (matig vochtig) te zijn (Ellenberg vochtigheidsgetal 5); vermijd zowel wateroverlast als volledige uitdroging.
Voedingsstoffen: De plant is een matige verbruiker (Ellenberg stikstofgetal 5); normale tuingrond volstaat, extra bemesting is doorgaans niet nodig.
Groeihoogte: De plant bereikt een hoogte van 0,44 m.
Planttijd: Voorjaar (maart tot mei) of najaar (september tot november).
Plantafstand: Houd een afstand van 30 tot 35 cm aan tot naburige planten.
Onderhoud: Laat de uitgebloeide stengels gedurende de winter staan.
Plantpartners: Campanula trachelium deelt vergelijkbare eisen wat betreft halfschaduw en bodemvochtigheid.
Clinopodium menthifolium behoort tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). De natuurlijke habitat omvat bosranden en struwelen op warmteminnende locaties met een neutrale tot zwak zure bodem. De plant kenmerkt zich door kruisgewijs tegenoverstaande, breedbladige bladeren en een vierkantige, niet-verhoutende stengel. Als kruidachtige plant trekt de soort zich in de winter volledig terug in de bodem om in het voorjaar opnieuw uit te lopen.
8 soorten interageren met deze plant
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →