Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieCoproica vagans
inheems Nederland
NSR v20260516 (Nederlands Soortenregister) · 2026 · 100%
Bij werkzaamheden aan de composthoop kunnen kleine, donkere vliegen worden waargenomen die eerder over het oppervlak rennen dan dat ze grote afstanden vliegen. Dit is Coproica vagans, een vertegenwoordiger van de Sphaeroceridae. Deze dieren, met een lichaamslengte van ongeveer twee millimeter, spelen een rol bij de afbraak van organisch materiaal. Als lid van de orde Diptera (tweevleugeligen) dragen ze bij aan de vorming van humus door het verwerken van afgestorven plantendelen en andere organische resten. Ze zijn herkenbaar aan hun gedrongen, bijna zwarte lichaam en de neiging om bij verstoring slechts kort op te vliegen en direct weer in het substraat te duiken.
De activiteit van Coproica vagans begint doorgaans in april, wanneer de bodemtemperatuur stijgt. De ontwikkeling van ei tot volwassen vlieg duurt onder gunstige omstandigheden ongeveer twee tot drie weken, waardoor er in de loop van de zomer meerdere generaties elkaar opvolgen. De populatiedichtheid is het hoogst in de warme maanden juli en augustus. Bij dalende temperaturen in oktober trekken de dieren zich terug. De overwintering vindt meestal plaats in het popstadium, diep in de composthoop of in de bovenste bodemlaag, waar bescherming tegen vorst aanwezig is.
Coproica vagans is volkomen onschadelijk voor de mens; de soort steekt niet en wordt niet als voorraadplaag beschouwd. Omdat deze vliegen een belangrijk onderdeel vormen van de bodemfauna, is het gebruik van insecticiden niet aan de orde. Dergelijke middelen verstoren de natuurlijke afbraakprocessen in de compost. De aanwezigheid van deze kleine specialisten ondersteunt de nutriëntenkringloop zonder kunstmatige hulpmiddelen.
Coproica vagans is een soort uit de familie Sphaeroceridae. Een kenmerkend aspect van deze familie is het eerste lid van de achtertarsen, dat verbreed is en korter dan het tweede lid. De volwassen dieren bereiken een lichaamslengte van 1,5 tot 2 millimeter. De vleugels vertonen een gereduceerde adering, waarbij de diskoidaalcel ontbreekt. De larven zijn saprofaag en voeden zich met rottend organisch materiaal. De soort is wijdverspreid en komt voor in vrijwel alle habitats waar zich vochtig, organisch materiaal ophoopt.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →