Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieCorylus maxima
Corylus maxima is herkenbaar aan de opvallend grote noten, die grotendeels omsloten worden door een lange, ingesneden vruchtbeker. Als robuuste, breedbladige struik vormt deze plant een structuurelement in de tuin. De bloei vindt plaats van februari tot april, waardoor de struik een vroege pollenbron vormt. De houtige structuur biedt het gehele jaar door beschutting voor de fauna.
Vroege pollenbron en een rijke oogst aan noten op een hoogte van 4,05 meter.
Met de vroege bloei van februari tot april fungeert Corylus maxima als een vroege pollenbron voor insecten na de winterrust. De mannelijke katjes leveren in deze periode essentiële eiwitten. Als houtige struik biedt de plant een permanente structuur voor nestgelegenheid en beschutting. In het najaar vormen de energierijke noten een voedselbron.
Corylus maxima is veilig voor kinderen en huisdieren. Er zijn geen giftige plantendelen en er is geen risico op verwarring met giftige soorten.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Feb – Apr
Groeivorm
Strauch
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Laubabwerfend
Planthoogte
4.054 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Planttijd: herfst (september tot november) of voorjaar (maart tot mei) in een open, vorstvrije bodem.
Standplaats: zon of halfschaduw voor een optimale vruchtzetting.
Bodem: diepgaand en voedselrijk; vermijd langdurige wateroverlast.
Ruimte: houd rekening met een hoogte van 4,05 m en voldoende zijdelingse groeiruimte.
Onderhoud: bemesting met compost in het voorjaar bevordert de uitloop en vruchtkwaliteit. Een verjongingssnoei, waarbij periodiek de oudste takken bij de grond worden verwijderd, behoudt de vitaliteit.
Combinatie: Carpinus betulus heeft vergelijkbare standplaatseisen en vormt een ecologische aanvulling in een haag.
Corylus maxima behoort tot de familie Betulaceae. De natuurlijke habitat bestaat uit lichte bossen en struwelen op voedselrijke bodems. De soort kenmerkt zich door zomergroene, breed-eivormige bladeren en opvallende mannelijke katjes. De groeivorm is die van een meerstammige, opgaande struik, nauw verwant aan de inheemse hazelaar.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →