Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieCotoneaster franchetii
17
Soorten
interageren
30
Interacties
gedocumenteerd
8
Gastheerrelaties
Soorten
Cotoneaster franchetii is herkenbaar aan de licht overhangende takken en de zilverachtig behaarde bladeren. De struik fungeert als belangrijke rupswaardplant voor diverse nachtvlinders, waaronder de meidoornuil (Allophyes oxyacanthae) en de rozendaguil (Orgyia antiqua).
Belangrijke rupswaardplant voor de meidoornuil en zeven andere vlindersoorten.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
De struik dient als voedselbron voor diverse rupsen, waaronder Thalera fimbrialis, Campaea margaritaria, Lymantria dispar en Allophyes oxyacanthae. De vruchten die in het najaar rijpen, worden door dieren verspreid en bieden vogels een energiereserve. Tijdens de bloeiperiode in juni bezoeken diverse vliegende insecten de bloemen.
Cotoneaster franchetii is niet veilig voor consumptie. Het eten van plantendelen of bessen kan leiden tot maag- en darmklachten. Wees alert bij de aanwezigheid van kleine kinderen. Neem bij inname direct contact op met een antigifcentrum.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Jun – Jun
Nectarwaarde
3
Pollenwaarde
3
Groeivorm
Strauch
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
3.127 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats.
De bodem dient goed doorlatend te zijn om wateroverlast te voorkomen.
Planttijd: voorjaar (maart-mei) of najaar (september-november), mits de bodem vorstvrij is.
Houd rekening met een uiteindelijke planthoogte van 3,13 m.
Snoeien is niet strikt noodzakelijk, maar kan in de late winter voor vormbehoud worden uitgevoerd.
Het diasporagewicht van circa 12,76 mg wijst op verspreiding door dieren of over korte afstanden.
Geschikte combinatie: Berberis vulgaris, die vergelijkbare standplaatseisen heeft en het voedselaanbod voor vogels in het najaar aanvult.
Cotoneaster franchetii behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae) en het geslacht Cotoneaster. De soort is inheems in Oost-Azië en groeit als een robuuste, houtige struik. De standplaatsvoorkeur komt overeen met warme bosranden. De bladeren zijn breed en aan de onderzijde viltig behaard, wat bescherming biedt tegen verdamping op zonnige dagen.
7 soorten interageren met deze plant
8 soorten gebruiken deze plant als gastheer
•EuPPollNet (Zenodo 10.5281/zenodo.14747448)
•DoPI - Database of Pollinator Interactions (UK)
•Cook et al. (2025) UK Butterfly & Moth Traits (DOI: 10.5285/dbc7cc17-cbbd-49dd-bab4-8e8855768d66)
•EuPPollNet — Kuppler et al. (2025), DOI: 10.1111/geb.70000 (CC BY 4.0)
•Database of Pollinator Interactions (DoPI) — Pocock et al. (2022), DOI: 10.1002/ecy.3801 (CC BY)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →