Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieCotoneaster integrifolius
Cotoneaster integrifolius is een compacte struik die opvalt door zijn structuur en bladvorm. In een ecologische tuin fungeert de plant als een waardevolle voedselbron. De bloemen in mei worden bezocht door algemene bestuivers zoals de honingbij (Apis mellifera). In het najaar vormen de rode vruchten een belangrijke voedselbron voor vogels.
Compacte struik voor vogels: een meter natuurlijke groei voor bessenliefhebbers.
In mei en juni biedt Cotoneaster integrifolius een bloeiperiode. De ecologische waarde voor vogels in het najaar is aanzienlijk, aangezien de vruchten dienen als energiereserve voor de winter. Met een zaadgewicht van 12,87 mg vindt verspreiding vaak plaats via endochorie, waarbij vogels de bessen eten en de zaden elders uitscheiden. De houtige structuur van de struik biedt het gehele jaar door schuilplaatsen voor kleine zoogdieren of de gewone pad (Bufo bufo).
Cotoneaster integrifolius is niet veilig voor consumptie. De bessen kunnen bij inname vergiftigingsverschijnselen veroorzaken. Dit is met name van belang in huishoudens met kleine kinderen.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Mai – Jun
Groeivorm
Strauch
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Laubabwerfend
Planthoogte
1 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats; de plant is zeer aanpasbaar.
De bodem dient goed doorlatend te zijn, aangezien wateroverlast de wortels kan beschadigen.
Plant de struik bij voorkeur in het voorjaar (maart tot mei) of in het najaar (september tot november).
Houd bij het planten rekening met de uiteindelijke hoogte van 1,0 m en geef de plant voldoende ruimte.
Snoeien is door de trage groei zelden nodig, maar kan in de late winter worden uitgevoerd.
Als houtige struik is de plant zeer langlevend en heeft deze op latere leeftijd nauwelijks extra water nodig.
Natuurlijke vermeerdering vindt vaak plaats via zaden die door vogels worden verspreid.
Cotoneaster integrifolius behoort tot de familie van de roosachtigen (Rosaceae) binnen de orde Rosales. De struik is oorspronkelijk afkomstig uit berggebieden, maar is zeer tolerant ten aanzien van de standplaats. Het is een houtige struik die een hoogte van 1,0 m bereikt. Kenmerkend zijn de gaafrandige bladeren en de verspreiding van de zaden (12,87 mg) via dieren, wat bijdraagt aan de rol van de struik in lokale ecosystemen.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →