Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieCotoneaster suecicus
Cotoneaster suecicus valt op door de extreem platte, tapijtvormende groeiwijze en de kleine, groenblijvende bladeren. De plant fungeert als bodembedekker die de bodem beschermt tegen uitdroging en erosie. Door de opvallend lange bloeiperiode van mei tot september vormt de soort gedurende vele maanden een constante bron in het ecosysteem. Vanwege de robuustheid is de plant geschikt voor het begroenen van lastige plekken zoals taluds of wegbermen.
Bloeiende bodembedekker: van mei tot september een tapijt voor de bodem.
De ecologische betekenis van deze soort ligt in de lange bloeiperiode van mei tot september, waardoor insecten gedurende het actieve halfjaar over een continu aanbod beschikken. Als roosachtige dient de plant als structuurplant. De dichte groeiwijze fungeert als natuurlijke mulchlaag die het microklimaat bij de bodem stabiliseert, bodemorganismen beschermt en vocht in de bodem vasthoudt. In de winter biedt het dichte, groenblijvende bladerdek kleine dieren een beschutte schuilplaats.
Cotoneaster suecicus is niet veilig voor consumptie, aangezien delen van de plant stoffen bevatten die bij inname gezondheidsproblemen kunnen veroorzaken. Voorkom dat kinderen plantendelen in de mond steken. Bij inname direct contact opnemen met een arts of het antigifcentrum.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Mai – Sep
Plant bij voorkeur in het voorjaar (maart tot mei) of in het najaar voor de eerste vorst.
Kies een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats voor een optimale ontwikkeling.
De bodem dient doorlatend te zijn; vermijd wateroverlast in de wortelzone.
Houd bij het planten een afstand van ongeveer 40 centimeter aan voor een gesloten oppervlak.
Snoeien is meestal alleen nodig in het vroege voorjaar om de uitbreiding te beperken.
Geef tijdens de groeifase bij langdurige droogte regelmatig water.
Bemesting is doorgaans niet nodig, aangezien de plant zeer weinig eisen stelt.
Cotoneaster suecicus behoort tot de familie van de roosachtigen (Rosaceae) binnen het geslacht Cotoneaster. In Centraal-Europa komt de soort veel voor in tuinen en openbaar groen vanwege de ongevoeligheid van de plant. Morfologisch kenmerkt de soort zich door kruipende scheuten die plat op de bodem liggen en dichte matten vormen. De kleine, witte bloemen zijn radiaal symmetrisch en typerend voor veel vertegenwoordigers van deze plantenfamilie.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →