Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieCrocus angustifolius
Crocus angustifolius onderscheidt zich door goudgele bloemen met opvallende, bruin-violette strepen aan de buitenzijde. Deze voorjaarsbloeier biedt vanaf maart een vroege nectarplant en pollenbron voor ontwakende bestuivers. De soort is afkomstig uit zonnige, droge gebieden en is daardoor goed bestand tegen hitte en droogte.
Goudgele voorjaarsbloeier met opvallend patroon voor droge, zonnige standplaatsen.
Met de bloeiperiode in maart en april vult Crocus angustifolius een kritiek voedseltekort in het vroege voorjaar. Als nectarplant en pollenbron biedt de soort essentiële energie voor de eerste actieve insecten van het jaar. Door de aanpassing aan droge habitats blijft de plant ook in droge voorjaren een betrouwbare ecologische factor.
Crocus angustifolius is niet veilig voor consumptie. Vanwege mogelijke onverdraagzaamheid bij inname wordt geadviseerd de plant buiten bereik van spelende kinderen te houden.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Mär – Apr
Kies een volledig zonnige standplaats zodat de bloemen zich bij zonlicht volledig kunnen openen.
De bodem dient goed doorlatend en matig voedselarm te zijn; voorkom wateroverlast om rotting van de knollen te vermijden.
Planttijd: plant de knollen tussen september en november op een diepte van ongeveer 8 tot 10 centimeter.
Hanteer een plantafstand van circa 5 centimeter voor een dicht bloeiend resultaat.
Laat het loof na de bloei volledig afsterven voordat het wordt verwijderd, zodat de energie terug kan vloeien naar de knol.
Extra water geven is doorgaans niet nodig vanwege de aanpassing aan droge zomers.
Vermeerdering vindt plaats via dochterknollen die zich ondergronds vormen.
Geschikte combinatie: Potentilla neumanniana, die dezelfde droge, schrale standplaatsen prefereert.
Crocus angustifolius behoort tot de familie Iridaceae en is inheems in het Zwarte Zeegebied. In de natuur groeit de plant op xerotherme locaties, zoals warme, droge hellingen en in open struikgewas. Als geofyt overleeft de plant ongunstige perioden via een ondergrondse knol. De smalle, grasachtige bladeren vertonen de voor het geslacht kenmerkende lichte lengtestreep en verschijnen vaak gelijktijdig met de bloei. De soort is droogteresistenter dan veel andere voorjaarskrokussen.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →