Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieCrocus speciosus
Crocus speciosus is herkenbaar aan de grote, lichtviolette bloemen met een fijn, donker aderpatroon en feloranje stempels. De bloei vindt plaats van september tot januari, waardoor de plant een belangrijke nectarplant vormt voor laat actieve insecten zoals zweefvliegen en wilde bijen. De soort is geschikt voor zonnige tot halfschaduwrijke plekken in de tuin of onder lichte beplanting.
Kleurrijke najaarsbloeier en waardevolle voedselbron voor late bestuivers.
Door de late bloeiperiode van september tot januari vervult Crocus speciosus een ecologische rol als nectarplant voor bestuivers die op milde herfst- en winterdagen actief zijn. De toegankelijke meeldraden en stempels maken de plant tot een waardevolle voedselbron in een periode waarin het aanbod aan bloemen beperkt is.
Crocus speciosus is in alle delen giftig. Consumptie van de knollen kan leiden tot gezondheidsproblemen bij kinderen en huisdieren. Bij incidenten dient direct contact te worden opgenomen met een medische hulpdienst of het antigifcentrum.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Sep – Jan
Standplaats: zonnig tot halfschaduw.
Bodem: goed doorlatend; bij zware grond is drainage met zand aan te raden om wateroverlast te voorkomen.
Planttijd: eind augustus tot september.
Plantdiepte: circa 10 centimeter; plantafstand 5 tot 8 centimeter.
Onderhoud: laat het blad in het voorjaar volledig afsterven voordat het wordt verwijderd, zodat de knol voedingsstoffen kan opslaan.
Vermijd in het najaar verticuteren op de plekken waar de bollen staan.
Bemesting is doorgaans niet nodig; een gift rijpe compost in maart volstaat.
Combinatie: Primula veris kan als partner dienen, aangezien deze in het voorjaar bloeit wanneer Crocus speciosus enkel blad draagt.
Crocus speciosus behoort tot de familie Iridaceae en is inheems in een gebied van Turkije tot de Kaukasus. In Centraal-Europa is de soort op diverse locaties ingeburgerd. De plant geeft de voorkeur aan warme, goed doorlatende standplaatsen die in de zomer droog mogen zijn. Een morfologisch kenmerk is de scheiding tussen bloei en blad: de bloemen verschijnen in het najaar zonder loof, terwijl de smalle bladeren pas in het daaropvolgende voorjaar uitlopen.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →