Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieCuscuta gronovii
3
Soorten
interageren
3
Interacties
gedocumenteerd
Cuscuta gronovii is een gespecialiseerde parasitaire plant die opvalt door haar geel-oranje, draadvormige stengels die als een dicht net over de waardplant groeien. Als neofyt uit Noord-Amerika vestigt deze soort zich bij voorkeur in vochtige biotopen. De plant bezit geen bladgroen en onttrekt voedingsstoffen direct aan de gastheer.
Een fascinerende holoparasiet met geel vlechtwerk, aantrekkelijk voor diverse soorten maskerbijen.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Cuscuta gronovii fungeert als nectarplant voor gespecialiseerde wilde bijen, waaronder Hylaeus annulatus. De bloeiperiode vindt plaats van augustus tot september. De zaden (diasporen) wegen 1,0488 mg en worden door wind of water verspreid. In de winter dienen de zaden als voedselbron voor kleine vogels.
Cuscuta gronovii is niet geschikt voor consumptie. Hoewel er geen acute vergiftigingsgevallen bekend zijn, dient inname door kinderen of huisdieren te worden voorkomen. Bij incidenten contact opnemen met de lokale hulpdiensten.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Feucht
Bodem
Starkzehrer (Nährstoffreicher/Fetter Boden)
Bloeitijd
Aug – Sep
Bodemreactie
Mäßig sauer bis neutral
Bioregio
Continental
Groeivorm
Kletterpflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
1.54 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Licht: Volle zon, minimaal 6 uur direct zonlicht.
Vochtigheid: De bodem dient constant vochtig te blijven.
Voedingsstoffen: Vereist een zeer voedselrijke, stikstofrijke bodem.
Bodem: Neutraal tot zwak zuur milieu.
Planttijd: Voorjaar, tussen maart en mei, na de laatste vorst.
Groeihoogte: 1,54 m; vereist voldoende hoge begeleidende planten als steun.
Onderhoud: Eenjarige plant, sterft in de winter volledig af; snoeien is niet nodig.
Vermeerdering: Verspreidt zich zelfstandig via zaden.
Begeleidende planten: Calystegia sepium deelt de voorkeur voor een vochtige standplaats en dient als klimsteun.
Cuscuta gronovii behoort tot de familie Convolvulaceae en is in Duitsland een gevestigde neofyt. De natuurlijke habitat bestaat uit vochtige, zeer voedselrijke locaties zoals rivieroevers of uiterwaarden. Als holoparasiet (plant zonder bladgroen) onttrekt zij met zuigorganen voedingsstoffen aan de waardplant. De plant bereikt een hoogte van 1,54 m en klimt in andere kruidachtige planten. De morfologie kenmerkt zich door kleine, witte bloemtrossen direct aan de draadvormige stengels.
3 soorten interageren met deze plant
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →