Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieCynodon dactylon
10
Soorten
interageren
14
Interacties
gedocumenteerd
3
Gastheerrelaties
Soorten
Cynodon dactylon is herkenbaar aan de vingervormige bloeiwijzen. Met een hoogte van 0,18 m vormt dit gras dichte, lage tapijten op zonnige locaties. De soort dient als habitat voor gespecialiseerde nachtvlinders zoals de katoenuil en wordt bezocht door honingbijen. Ook watervogels zoals de Canadese gans (Branta canadensis) gebruiken het als voedselbron.
Een hittebestendige bodembedekker: robuust gras van 0,18 m hoog voor zonnige plekken.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Honingbijen profiteren van de bloeiperiode tussen juli en september. Het gras fungeert als waardplant voor de rupsen van de katoenuil en de katoensonnenuil. Vogels zoals de Canadese gans (Branta canadensis) en de grauwe gans (Anser anser) gebruiken de plant als voedselbron. De verspreiding verloopt via de wind, waarbij de zaden met een gewicht van 0,1719 mg efficiënt droge locaties koloniseren.
Cynodon dactylon wordt in vakdatabases niet als kindvriendelijk geclassificeerd. Hoewel er geen acute giftigheid bekend is, dient consumptie van plantendelen te worden vermeden. Er is in deze regio geen verwarringsgevaar met sterk giftige grassen.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Trocken
Bodem
Mittelzehrer (Normaler Boden)
Bloeitijd
Jul – Sep
Bodemreactie
Mäßig sauer bis neutral
Bioregio
Continental
Groeivorm
Gras
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.181 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Volle zon (minimaal 6 tot 8 uur direct zonlicht).
Bodem: Normale tuingrond (matig voedselrijk).
Temperatuur: Warme standplaats vereist.
Bodemgesteldheid: Droog en neutraal tot zwak zuur.
Planttijd: Voorjaar (maart tot mei) of najaar (september tot november).
Onderhoud: Geen snoei nodig vanwege de geringe hoogte van 0,18 m.
Voortplanting: Verspreiding vindt plaats via windverspreide zaden.
Cynodon dactylon behoort tot de familie van de grassen (Poaceae). De natuurlijke habitat bestaat uit droge, warme graslanden (xerothermrasen) op zonnige plekken. Als neofyt is de soort aangepast aan stijgende temperaturen. De plant heeft een niet-verhoutende groeiwijze en bladeren met een oppervlakte van circa 85,27 mm².
3 soorten gebruiken deze plant als gastheer
5 andere soorten bezoeken de bloemen
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →