Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieCynoglossum amabile
Uitheemse soort (Neofyt)
Deze plant is niet inheems in Centraal-Europa. Ze werd na 1492 geïntroduceerd en heeft zich in het wild gevestigd. Gedocumenteerde interacties met inheemse fauna staan hieronder vermeld — deze vervangen echter niet de ecologische waarde van inheemse planten.
Cynoglossum amabile valt op door de talloze, intens hemelsblauwe bloemen in dichte bloeiwijzen. Deze kruidachtige plant met zachte, brede bladeren bloeit onafgebroken van april tot oktober en vormt daarmee een continue nectarplant voor bestuivers. De zaden verspreiden zich via dieren, waardoor de plant vaak zelfstandig geschikte plekken in de tuin vindt.
Een langbloeiende, betrouwbare blauwe accentplant van april tot oktober.
Door de lange bloeiperiode van april tot oktober fungeert de plant als een betrouwbare nectarplant voor diverse bestuivers. De zware zaden (5,67 mg) vallen vaak direct rond de plant of worden over korte afstanden door dieren verspreid, wat bijdraagt aan een natuurlijke dynamiek op open bodem. In de winter bieden de afgestorven stengels schuilplaatsen voor insecten.
Cynoglossum amabile is niet veilig voor consumptie en kan bij contact of inname schadelijk zijn. Plaats de plant buiten het bereik van kinderen en huisdieren.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Apr – Okt
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Planttijd: maart tot mei.
Standplaats: volle zon tot halfschaduw voor een optimale bloei.
Bodem: goed doorlatend; vermijd wateroverlast.
Plantafstand: circa 25 centimeter.
Onderhoud: snoei uitgebloeide stengels in juli terug om een tweede bloei tot oktober te stimuleren.
Vermeerdering: vindt meestal plaats via natuurlijke zelfuitzaaiing in het najaar.
Cynoglossum amabile behoort tot de familie Boraginaceae, die bekendstaat om de vaak borstelig behaarde bladeren. De soort groeit kruidachtig en vormt in het eerste jaar een rozet van brede bladeren. Het natuurlijke habitat bestaat uit lichte bosranden en bergweiden, wat de voorkeur voor zonnige, open bodems verklaart. De zaden (diasporen) hebben een gewicht van 5,67 mg en verspreiden zich primair over korte afstanden of via aanhechting aan de vacht van dieren.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →