
Dactylorhiza incarnata subsp. ochroleuca
Dactylorhiza incarnata subsp. ochroleuca onderscheidt zich door strogele tot roomwitte bloeiwijzen en een krachtige groei. Als specialist voor kalkrijke moerasgebieden gedijt deze plant op voedselarme bodems. De soort is afhankelijk van specifieke bodemomstandigheden en draagt bij aan een stabiel microbiologisch evenwicht in de bodem. Bij een standplaats die constant vochtig is, vormt deze plant een refugium voor gespecialiseerde flora.
Een strogeel juweel voor kalkrijke moerasbedden en orchideeënliefhebbers.
Als specialist voor basenrijke, vochtige habitats vervult deze orchidee een specifieke ecologische rol. De plant fungeert als indicator voor een laag nutriëntengehalte in de bodem, wat de overleving van andere zeldzame plantensoorten ondersteunt. Door symbiose met bodemschimmels versterkt de plant het ondergrondse netwerk. Het laten staan van de zaaddozen in de winter faciliteert natuurlijke zaadverspreiding.
Deze orchidee is niet geschikt voor consumptie door kinderen of huisdieren. De soort is beschermd en dient uitsluitend voor observatie.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Feucht
Bodem
Schwachzehrer (Magerer Boden)
Bloeitijd
Mai – Jul
Bodemreactie
Basisch / Kalkhold
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.317 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Lichtbehoefte: Volle zon, minimaal 6 uur direct zonlicht per dag.
Vochtbehoefte: De bodem dient constant vochtig te blijven; een vochtige oever bij een vijver is ideaal.
Bodemgesteldheid: Voedselarme ondergrond zonder bemesting.
Kalkgehalte: De bodem moet kalkhoudend of basisch zijn.
Hoogte: Houd rekening met een groeihoogte van 0,22 m om overwoekering door grassen te voorkomen.
Planttijd: Voorjaar (maart-mei) of najaar (september-november), mits vorstvrij.
Onderhoud: Niet snoeien voor de zaadrijpheid om natuurlijke verspreiding via de wind mogelijk te maken.
Combinatie: Epipactis palustris heeft identieke eisen wat betreft kalk en vochtigheid.
Deze ondersoort behoort tot het geslacht Dactylorhiza binnen de orchideeënfamilie. De natuurlijke habitat bestaat uit kalkrijke laagvenen en natte, voedselarme graslanden. De plant bereikt een hoogte van 0,22 m. Kenmerkend zijn de ongevlekte, breed-lancetvormige bladeren en de holle stengel. Als basenminnende soort is een kalkrijke ondergrond vereist.
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
•Foto: © Adobe Stock / AdobeStock_672936855
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →