Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieDemetrias atricapillus
inheems Nederland
NSR v20260516 (Nederlands Soortenregister) · 2026 · 100%
4
Planten
bezocht
8
Interacties
gedocumenteerd
Demetrias atricapillus valt op door de zwarte kop, een roodachtig geel halsschild en de lichte dekschilden die aan het uiteinde recht zijn afgesneden. Deze behendige jager bevindt zich in de kruidlaag, waar hij behendig langs stengels omhoog klimt. Als lid van de loopkevers (Carabidae) jaagt deze soort op bladluizen en andere kleine ongewervelden. De larven ontwikkelen zich verborgen in de bodem of in de strooisellaag, waar zij eveneens als roofdier leven. Het laten liggen van bladhopen en houtbulten biedt geschikte overwinteringsplaatsen en leefruimte. De soort wordt aangetroffen op planten zoals Ranunculus repens, Taraxacum officinale, Chaerophyllum temulum en Viscum album. Een natuurlijke inrichting met deze inheemse wilde planten vormt een ideale jachtbasis. Omdat de kever kan vliegen, worden nieuwe tuingebieden vaak snel zelfstandig gekoloniseerd.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Vanaf april verschijnen de eerste volwassen kevers uit hun winterverblijven in de bodem of onder boomschors. Gedurende het voorjaar zijn zij actief in de vegetatie voor de jacht en voortplanting. De larvale ontwikkeling vindt in de daaropvolgende maanden beschermd plaats in de bovenste bodemlaag of in het bladafval. De volgende generatie bereidt zich tegen het einde van het jaar voor op de overwintering in beschutte structuren.
Demetrias atricapillus is ongevaarlijk voor mensen en kan niet bijten of steken. In de tuin draagt de soort als nuttig insect bij aan de natuurlijke regulatie van bladluizen. Er gelden geen specifieke wettelijke beschermingsmaatregelen voor deze soort.
Deze kever behoort tot de familie van de loopkevers (Carabidae) binnen de orde van de kevers (Coleoptera). De soort is wijdverspreid in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en België en wordt als inheems beschouwd. Met een lichaamslengte van ongeveer 5 tot 6 millimeter is het een relatief kleine, maar door de kleuring goed herkenbare vertegenwoordiger van het geslacht. De voorkeur gaat uit naar open tot halfschaduwrijke habitats met voldoende hoge vegetatie; de soort staat bekend om de klimmende levenswijze.
4 planten worden door deze soort bezocht
•DoPI - Database of Pollinator Interactions (UK)
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →