Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieDianthus plumarius
Dianthus plumarius is herkenbaar aan de diep ingesneden, vederachtige bloemranden. Deze kruidachtige plant vormt dichte, zilvergroene kussens die goed gedijen in rotstuinen. Met een bloeiperiode van juni tot augustus biedt de soort in de droge hoogzomer een nectarbron voor insecten. De plant is geschikt voor het ecologisch opwaarderen van schrale, zonnige locaties.
Filigrane kussenvormer: 0,2 m elegantie voor zonnige, droge standplaatsen.
Dianthus plumarius draagt door de bloei van juni tot augustus bij aan de biodiversiteit in de zomer. De ecologische waarde ligt primair in de kolonisatie van extreme, droge niches. Als kruidachtige plant biedt de soort in rotsspleten of op schrale grasmatten leefruimte voor kleine organismen. De dichte kussens van 0,2 m hoogte fungeren als bodembescherming en structuurgever.
Dianthus plumarius is niet veilig voor consumptie door kinderen. Bij accidentele inname direct contact opnemen met een antigifcentrum.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Jun – Aug
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.182 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een volledig zonnige standplaats met minimaal zes uur direct zonlicht per dag.
De bodem moet goed doorlatend en arm aan voedingsstoffen zijn; bij zware grond is toevoeging van zand of grind noodzakelijk.
Planttijd: maart tot mei of september tot november, zolang de bodem bewerkbaar is.
Houd een plantafstand van circa 20 cm aan voor een goede spreiding van de kussens.
Water geven is enkel nodig tijdens extreme droogte.
Snoei uitgebloeide stengels in augustus terug om de vorm van de kussens te behouden.
Bemesting is niet nodig en kan de stevigheid van de scheuten verminderen.
Geschikte partner: Thymus vulgaris, vanwege de gedeelde voorkeur voor droge, schrale standplaatsen.
Dianthus plumarius behoort tot de familie Caryophyllaceae en is oorspronkelijk afkomstig uit de gebergten van Oost-Europa. In de natuur komt de soort voor op droge, warme kalkgraslanden met een doorlatende bodem. De plant kenmerkt zich door smalle, blauwgroene bladeren en een groeihoogte van 0,2 m. Als kruidachtige plant overleeft de soort de winter deels als platte kussens.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →