Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieDiplotaxis viminea
Diplotaxis viminea is een kleine plant met lichtgele bloemen en smalle, bijna bladloze stengels die een hoogte van 0,1 m bereiken. Als lid van de familie Brassicaceae gedijt deze soort op extreem droge en warme locaties. De plant is een neofyt en vestigt zich op schrale gronden, zoals grind of tussen voegen in bestrating. Diplotaxis viminea fungeert in de zomer als nectarplant voor insecten op locaties waar andere vegetatie moeite heeft om te overleven.
Kleine droogtespecialist: bloeit van juni tot september op een hoogte van 0,1 m.
Van juni tot september fungeert Diplotaxis viminea als nectarplant en pollenbron voor bestuivers in droge, warme biotopen. De plant bereikt met een hoogte van 0,1 m specifiek insecten in de bodemlaag. De zaden die in de nazomer rijpen, dienen als voedselbron voor zaadetende dieren. Door het koloniseren van schrale terreinen en voegen draagt de soort bij aan de biodiversiteit in stedelijke droge biotopen.
Diplotaxis viminea is niet veilig voor consumptie. Voorkom dat kinderen plantendelen in de mond steken. Raadpleeg bij inname het antigifcentrum.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Trocken
Bodem
Mittelzehrer (Normaler Boden)
Bloeitijd
Mai – Sep
Bodemreactie
Basisch / Kalkhold
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.101 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Licht: Volle zon (Ellenberg lichtgetal 8), minimaal zes uur direct zonlicht per dag.
Bodem: Kalkrijke of basische bodem (Ellenberg reactiegetal 7) met een gemiddeld nutriëntengehalte.
Vochtigheid: Droge standplaats (Ellenberg vochtigheidsgetal 3). Na vestiging is extra water geven niet nodig.
Planttijd: Voorjaar (maart-mei) of najaar (september-november).
Hoogte: 0,1 m.
Onderhoud: Snoeien is niet nodig. Laat de plant na de bloei staan voor natuurlijke uitzaaiing.
Plantpartners: Primula veris, vanwege de gedeelde voorkeur voor kalkrijke bodems.
Diplotaxis viminea behoort tot de familie Brassicaceae en is in Duitsland gevestigd als neofyt. Het natuurlijke habitat omvat droge, warme graslanden en ruderale terreinen met een voorkeur voor kalkrijke ondergronden. De plant vormt een bladrozet met opgaande, dunne bloeistengels. De soort is kruidachtig en bereikt een hoogte van 0,1 m. Kenmerkend voor het geslacht is de rangschikking van de zaden in de hauwen in twee rijen.
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →