Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieDittrichia graveolens
2
Soorten
interageren
4
Interacties
gedocumenteerd
Dittrichia graveolens kenmerkt zich door kleverige, sterk aromatisch geurende bladeren en talrijke kleine, gele bloemhoofdjes. Als neofyt bloeit deze soort laat in het jaar en vormt daarmee een belangrijke nectarbron. De bloemen worden bezocht door onder andere het klein koolwitje (Pieris rapae) en het groot koolwitje. De plant gedijt op zonnige locaties met een kalkrijke bodem.
Late gele bloei: een nectarbron voor koolwitjes.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Netwerk wordt geladen...
Dittrichia graveolens fungeert als nectarplant voor laat vliegende insecten, waaronder het klein koolwitje (Pieris rapae) en het groot koolwitje. De bloeiperiode loopt van juli tot september. De zaden wegen 0,37 mg en worden door de wind verspreid. In de winter bieden de verdroogde stengels een schuilplaats voor kleine organismen. De soort is aangepast aan warme, kalkrijke droge standplaatsen.
Dittrichia graveolens is niet veilig voor consumptie. Neem bij accidentele inname contact op met een antigifcentrum.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Trocken
Bodem
Mittelzehrer (Normaler Boden)
Bloeitijd
Jul – Sep
Bodemreactie
Basisch / Kalkhold
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.466 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Licht: Volle zon, minimaal 6 tot 8 uur direct zonlicht per dag.
Vochtigheid: Droge tot matig vochtige bodem; vermijd langdurige natheid.
Bodemgesteldheid: Normale tuingrond met een gemiddeld nutriëntengehalte.
Kalkgehalte: Kalkrijke of basische bodem.
Hoogte: De plant bereikt een hoogte van 0,47 m.
Planttijd: Voorjaar (maart tot mei) of najaar (september tot november) bij vorstvrije bodem.
Onderhoud: Vanwege de lichte zaden (0,37 mg) die door de wind worden verspreid, kan uitgebloeide bloeiwijze worden verwijderd om sterke uitzaaiing te beperken.
Dittrichia graveolens behoort tot de familie Asteraceae. Als neofyt koloniseert de soort bij voorkeur warme, zonnige ruderalterreinen. De kruidachtige plant bereikt een hoogte van 0,47 m en vormt vertakte stengels. Kenmerkend zijn de breedbladige, klierachtig behaarde bladeren.
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →