Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieDraba spathulata
Draba spathulata is herkenbaar aan de kleine, spatelvormige bladrozetten en de fijne witte bloemen. Deze compacte plant is gespecialiseerd in schrale groeiplaatsen en vestigt zich in rotsspleten waar weinig andere planten kunnen overleven. De soort fungeert als nectarplant op arme gronden en in extreme omstandigheden, zoals in een rotstuin of alpiene tuin.
Een verfijnde overlever: essentieel voor elke droge muur en rotstuin.
Als pioniersoort speelt deze plant een rol bij de ecologische ontwikkeling van rotsachtige landschappen. In berggebieden biedt zij een nectarbron voor gespecialiseerde insectengroepen zoals zweefvliegen en kleine wilde bijen. De zaden dienen in de zomer als voedselbron voor kleine vogels in bergachtige regio's. Door de dichte groeiwijze beschermt de plant de bodem tegen erosie en biedt zij een schuilplaats voor kleine bodemorganismen.
Er is geen informatie beschikbaar over de giftigheid van Draba spathulata voor mensen. Desondanks wordt voorzichtigheid geadviseerd in tuinen waar kleine kinderen spelen.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Draba spathulata vereist een zonnige standplaats met een uitstekende waterafvoer.
Bodem: Een mineraal substraat van grind of zand met een laag humusgehalte is ideaal.
Vochtigheid: De plant verdraagt droogte goed, maar is gevoelig voor stagnerend water bij de wortels.
Planttijd: Aanplanten van maart tot mei of in het najaar tussen september en november, zolang de bodem bewerkbaar is.
Onderhoud: Snoeien is niet nodig; uitgebloeide delen kunnen blijven staan voor natuurlijke uitzaaiing.
Vermeerdering: Delen van de kussens is mogelijk na de bloei.
Combinatie: Goed te combineren met Armeria alpina, aangezien beide soorten een voorkeur hebben voor schrale, zonnige locaties.
Draba spathulata behoort tot de familie van de kruisbloemigen (Brassicaceae). De soort is inheems in de alpiene gebieden van Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, waar zij kalkrijke rotsen en puinhellingen koloniseert. Kenmerkend is de kussenvormige groeiwijze, die bescherming biedt tegen uitdroging en harde wind. De spatelvormige bladeren vormen dichte rozetten, waaruit in het voorjaar korte bloeistengels met viertallige bloemen groeien.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →