Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieEpirrhoe molluginata
Herkomst onbekend
NSR v20260516 (Nederlands Soortenregister) · 2026 · 100%
Epirrhoe molluginata is herkenbaar aan het fijne, vaak grijsbruin gebandeerde patroon op de voorvleugels. Deze kleine nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae) weegt ongeveer 0,006 gram. De soort is meestal in twee generaties actief van april tot september. Als monofage soort is de vlinder voor zijn overleving afhankelijk van walstrosoorten (Galium). Terwijl de volwassen vlinders in het voorjaar en de zomer nectar zoeken bij inheemse wilde bloemen zoals glad walstro (Galium mollugo), voeden de rupsen zich uitsluitend met de bladeren van deze planten. De overwintering vindt plaats als pop in de bovenste bodemlaag. Het behoud van wilde hoekjes met geel walstro (Galium verum) ondersteunt de soort. Het vermijden van bodembewerking onder struiken voorkomt schade aan de poppen die in de bodem rusten.
Deze nachtvlinder is ongevaarlijk. Er zijn geen stekels of gifstoffen aanwezig. Het vermijden van chemische bestrijdingsmiddelen is de meest effectieve bescherming voor deze gespecialiseerde soort.
Körper
Lichaamsgrootte
small
Gewicht
0.0061581549307923 g
Ernährung & Verhalten
Voedsel
monophagous
Temperatuur
intermediate
Overwintering
pupa
Epirrhoe molluginata is een vertegenwoordiger van de familie spanners (Geometridae) binnen de orde van de vlinders. De soort komt voor in Zwitserland, waar meer dan 500 waarnemingen de bestendigheid in gematigd warme klimaatzones bevestigen. Kenmerkend is de kleine lichaamsgrootte en de gespecialiseerde levenswijze die nauw verbonden is met het plantengeslacht Galium. In rustpositie worden de vleugels vlak en licht dakvormig gespreid.
•Neff et al. (2025) — Swiss Moth Traits, DOI: 10.5281/zenodo.14506883 (CC BY)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•GBIF Occurrence Database (CC BY 4.0 / CC0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →