Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieEragrostis curvula
40
Soorten
interageren
47
Interacties
gedocumenteerd
Eragrostis curvula valt op door de elegant overhangende bladeren en fijne bloeipluimen. Deze grassoort gedijt uitstekend op zonnige, droge standplaatsen. In de tuin biedt de plant structuur en dient als leefgebied voor diverse soorten dikkopjes, zoals Carterocephalus silvicola en Heteropterus morpheus.
Filigrane elegantie van 1,01 m voor zonnige locaties en dikkopjes.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Eragrostis curvula fungeert als waardplant voor diverse dikkopjes, waaronder Carterocephalus palaemon en Ochlodes sylvanus. Ook soorten als Pelopidas thrax en Gegenes nostrodamus bezoeken de plant. De bloeiperiode loopt van juli tot oktober. De zaden dienen in de winter als voedselbron voor vogels. De polvormende groeiwijze creëert microhabitats voor bodembewonende insecten.
Eragrostis curvula is niet kindveilig. De smalle, harde halmen kunnen bij contact snijwonden veroorzaken. Consumptie van plantendelen dient te worden vermeden.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Trocken
Bodem
—
Bloeitijd
Jul – Okt
Bioregio
Continental
Groeivorm
Gras
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
1.007 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Volle zon (lichtwaarde 8), minimaal zes uur direct zonlicht per dag.
Bodem: Droge bodem (vochtigheidswaarde 3); vermijd wateroverlast.
Voeding: Matig voedselrijke bodem (stikstofwaarde 5); normale tuingrond zonder intensieve bemesting volstaat.
Planttijd: Voorjaar (maart tot mei) of vroege herfst.
Ruimte: Houd rekening met een planthoogte van 1,01 m.
Onderhoud: Snoei in de late winter; laat de halmen gedurende de winter staan als natuurlijke vorstbescherming voor de wortelbasis.
Vermeerdering: Via zaden (0,1834 mg) die door de wind worden verspreid.
Eragrostis curvula behoort tot de familie Poaceae. In Centraal-Europa wordt de soort als onbestendig beschouwd, aangezien de oorsprong in warmere regio's ligt en de plant gebonden is aan xerotherme standplaatsen. Met een bladoppervlak van 94,11 mm² is de soort aangepast aan zonnige locaties. Het is een overblijvend, niet-verhoutend gras met een specifieke planthoogte van 1,01 m. De mycorrhiza-status is geclassificeerd als AM (arbusculaire mycorrhiza).
39 soorten interageren met deze plant
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•Middleton-Welling_2020
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →