Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieErioconopa diuturna
inheems Nederland
NSR v20260516 (Nederlands Soortenregister) · 2026 · 100%
Tijdens mistige novemberdagen is op verwelkte bladeren soms een gracieus insect met opvallend lange, dunne poten te zien. Het betreft Erioconopa diuturna, een vertegenwoordiger van de Limoniidae. In tegenstelling tot de bekendere langpootmuggen is deze soort tenger gebouwd en vaak grijsachtig tot geelbruin van kleur. In rust worden de vleugels meestal plat over het achterlijf gevouwen. Deze dieren steken niet; als volwassen insecten beschikken ze niet over monddelen voor voedselopname of likken ze hooguit wat dauw. De aanwezigheid van deze soort duidt op een levende bodem, aangezien de larven een belangrijke rol spelen bij de afbraak van organisch materiaal.
Erioconopa diuturna is een laatbloeier in het tuinjaar. De voornaamste vliegtijd valt in oktober en november; in milde jaren is de soort soms nog in december waar te nemen. Het vrouwtje legt de eieren in vochtige aarde. De larven komen uit en brengen de winter en het daaropvolgende voorjaar door in de bodem, waar ze zich voeden met afgestorven plantendelen. Na de verpopping in de late zomer of vroege herfst verschijnt de nieuwe generatie volwassen dieren om de cyclus met de paring in de herfsttuin te hervatten.
Deze soort is ongevaarlijk voor mens en plant. Het gebruik van chemische insecticiden dient te worden vermeden om het bodemleven niet te verstoren. Omdat de larven vocht en organisch materiaal vereisen, is een natuurlijke tuin met een strooisellaag onder struiken ideaal. Een kort gemaaid gazon biedt geen leefgebied. Het aanleggen van een bloemrijk grasland of het laten staan van hogere grassen ondersteunt deze bodembewoners. Het gebruik van turfvrije grond beschermt bovendien veengebieden, die een natuurlijk habitat vormen voor veel verwante soorten.
Erioconopa diuturna behoort tot de orde van de tweevleugeligen (Diptera) en de familie van de Limoniidae. Een kenmerkend aspect van deze groep is de duidelijke vleugeladering en de aanwezigheid van halters. Dit zijn tot rudimenten omgevormde achtervleugels die dienen als stabilisatoren tijdens de vlucht. Het geslacht Erioconopa onderscheidt zich door een fijne beharing op de vleugeladers. Als insect ondergaat de soort een volledige metamorfose: van ei via larve en pop naar het volwassen vliegende insect. De larven leven bij voorkeur in vochtige bodem of detritus, waar ze bijdragen aan de afbraak van organische substantie.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →