Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieErysimum rhaeticum
Erysimum rhaeticum valt op door de zwavelgele bloemen in dichte trossen boven smalle, grijsgroene bladeren. Deze robuuste soort is kenmerkend voor droge alpiene dalen en gedijt op locaties die voor veel andere planten te droog zijn. De soort is geschikt voor droge muren of rotstuinen.
Alpiene overlever: zwavelgele bloemenpracht voor schrale, zonnige plekken.
Als inheemse wilde plant in Oostenrijk vervult Erysimum rhaeticum een rol in de ecologie van berggebieden. De soort koloniseert extreme niches en dient als nectarplant en pollenbron voor insecten. Het laten staan van de zaadstanden in de winter biedt structuur voor overwinterende organismen.
Erysimum rhaeticum is giftig bij consumptie. Plaats de plant buiten het bereik van kleine kinderen. Er is een gering risico op verwarring met Sinapis arvensis, hoewel Erysimum rhaeticum zich onderscheidt door de compacte, vaak verhoutende groeiwijze.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Planthoogte
0.335 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een volledig zonnige, warme standplaats.
De bodem dient zeer doorlatend, kalkhoudend en arm aan voedingsstoffen te zijn; grindbedden zijn ideaal.
Planten kan van maart tot mei of in het najaar van september tot november, mits de bodem niet bevroren is.
Geef alleen water in de eerste periode na het planten; daarna is de soort extreem droogtetolerant.
Vermijd wateroverlast om wortelrot te voorkomen.
Het terugsnoeien van uitgebloeide stengels bevordert de vitaliteit en gaat overmatige verhouting tegen.
Bemesting is niet nodig.
Vermeerdering vindt plaats door in het voorjaar direct ter plaatse te zaaien.
Goede combinatie: Aster amellus, aangezien beide soorten de voorkeur geven aan droge, kalkrijke bodems.
Erysimum rhaeticum behoort tot de familie Brassicaceae. De soort is inheems in Oostenrijk en komt daar voornamelijk voor op xerotherme graslanden en rotsachtige hellingen in de Alpen. Het is een vaste plant met aan de basis verhoute scheuten. Kenmerkend voor het geslacht zijn de vier kruisgewijs geplaatste bloemblaadjes en de smalle hauwen die zich na bevruchting ontwikkelen.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →