Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieFilago minima
6
Soorten
interageren
6
Interacties
gedocumenteerd
Filago minima onderscheidt zich door een zilvergrijze viltige beharing en een zeer bescheiden groeihoogte van slechts 0,1 m. Deze eenjarige plant is gespecialiseerd in extreem voedselarme en droge locaties. De soort is een waardevolle aanvulling voor zandige of kiezelrijke bodems en draagt bij aan de biodiversiteit door als rupswaardplant te dienen voor diverse soorten parelmoervlinders, zoals Melitaea phoebe en Melitaea varia.
Kleine overlever: slechts 0,1 m hoog en een belangrijke rupswaardplant voor parelmoervlinders.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Netwerk wordt geladen...
Filago minima fungeert als rupswaardplant voor gespecialiseerde vlinders, waaronder Melitaea phoebe en Melitaea ornata. Ook voor de trekvlinder Vanessa virginiensis vormt de plant een bron. De zaden (0,03 mg) zijn aangepast aan verspreiding door de wind. In een natuurlijke tuin vult de soort ecologische niches op locaties die voor andere vegetatie te droog en voedselarm zijn.
Filago minima wordt niet als kindvriendelijk geclassificeerd. Hoewel er geen acute vergiftigingsgevallen bekend zijn, wordt geadviseerd de plant buiten bereik van kleine kinderen te houden en contact met slijmvliezen te vermijden.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Trocken
Bodem
Schwachzehrer (Magerer Boden)
Bloeitijd
Jul – Sep
Bodemreactie
Mäßig sauer bis neutral
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.095 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Volle zon (lichtgetal 9), minimaal zes tot acht uur direct zonlicht.
Bodem: Extreem voedselarm; bij rijkere bodems mengen met zand of grind.
Vocht: Droge omstandigheden (vochtigheidsgraad 2); vermijd wateroverlast om wortelrot te voorkomen.
Planttijd: Voorjaar (maart tot mei) of in het najaar in open bodem.
Plantafstand: 10 tot 15 cm om overwoekering door andere planten te voorkomen.
Onderhoud: Laat de uitgebloeide bloemhoofdjes in het najaar staan voor natuurlijke zaadverspreiding door de wind. Snoeien is niet nodig, aangezien de plant na de zaadrijping afsterft.
Filago minima behoort tot de familie Asteraceae. De natuurlijke habitat bestaat uit xerotherme graslanden en open zandige schrale grasmatten op kalkarme bodems. De plant is morfologisch aangepast aan droogte door een dichte, witviltige beharing die verdamping tegengaat. Als eenjarige kruidachtige plant voltooit zij de levenscyclus binnen één jaar en verspreidt zij zich door middel van rijkelijke zelfuitzaaiing. Volgens de Rode Lijst wordt de soort momenteel als niet bedreigd beschouwd.
6 soorten interageren met deze plant
•Middleton-Welling_2020
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →