Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieForsythia intermedia
Forsythia intermedia valt op door de diepgele, viertallige bloemen aan de boogvormig overhangende takken vroeg in het jaar. Deze struik wordt veelvuldig in tuinen aangeplant als visueel structuurelement. Omdat het een hybride betreft, is de ecologische waarde voor inheemse bestuivers beperkt in vergelijking met wilde struiken.
Gele voorjaarsbode met een opvallende bloeiperiode van januari tot november.
De bloeiperiode wordt theoretisch aangegeven van januari tot november. Er zijn geen gegevens bekend over interacties met insecten of vogels. Vanwege de hybride oorsprong biedt de struik geen bewezen voedselbron in de vorm van nectar of zaden voor gespecialiseerde soorten. De plant kan dienen als schuilplaats voor vogels.
Forsythia intermedia is niet kindvriendelijk; consumptie van plantendelen kan leiden tot onwelzijn. Voorkom dat kinderen plantendelen in de mond steken. Bij inname direct contact opnemen met een antigifcentrum of arts. Wees voorzichtig in huishoudens met huisdieren.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Jan – Nov
Groeivorm
Strauch
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Laubabwerfend
Planthoogte
2.219 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Planttijd: maart tot mei of september tot november, mits de bodem vorstvrij is.
Standplaats: houd rekening met de uiteindelijke hoogte van 2,22 m.
Bodem: matig vochtig; voorkom wateroverlast door de bodem goed los te maken.
Onderhoud: snoei de struik direct na de bloei om de vitaliteit en bloeikracht te behouden.
Vermeerdering: eenvoudig via winterstekken (houtige takstukken zonder blad).
Veiligheid: draag handschoenen bij snoeiwerkzaamheden; de plant is niet kindvriendelijk.
Forsythia intermedia behoort tot de familie van de olijfachtigen (Oleaceae) en is een tuinbouwkundige kruising. De struik bereikt een hoogte van 2,22 m en heeft tegenoverstaande, breedbladige bladeren. De takken zijn hol en bevatten merg tussen de knopen, wat een kenmerkend morfologisch aspect is. In de vrije natuur komt deze plant nauwelijks voor.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →