Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieFratercula arctica
Herkomst onbekend
NSR v20260516 (Nederlands Soortenregister) · 100 % · 2026
Fratercula arctica is direct herkenbaar aan de opvallende, kleurrijke en hoge snavel en het zwart-witte verenkleed dat aan een pinguïn doet denken. Met een lichaamslengte van ongeveer 30 centimeter oogt de vogel compact en krachtig. Als kustbewoner maakt deze soort deel uit van de inheemse natuur, al zal de vogel niet in een binnentuin worden aangetroffen. Het is een gespecialiseerde carnivoor die zich vrijwel uitsluitend voedt met kleine zeevissen en kreeftachtigen. Tijdens de jacht duikt de vogel diep onder het wateroppervlak en gebruikt de vleugels als roeispanen. De nesten worden meestal aangelegd in zelfgegraven holen of rotsspleten in steile kustgebieden. Als uitgesproken trekvogel brengt de soort de winter door op de open oceaan. De vogels leven in grote kolonies en vertonen sociaal gedrag. Directe ondersteuning in de tuin via nestkasten of voederplaatsen is niet mogelijk, maar indirecte bescherming van de zeeën en het vermijden van plastic afval dragen bij aan het behoud. De roep is een diep, knorrend geluid dat vaak klinkt als een langgerekt geknars. De soort is het best waar te nemen tijdens een bezoek aan de Noordzeekust.
Fratercula arctica is volgens de geldende wetgeving streng beschermd en mag op de broedplaatsen onder geen beding worden verstoord. Het wegnemen van eieren of het vernielen van broedholen is verboden. Omdat de soort niet in tuinen broedt, is er bij tuinwerkzaamheden geen risico op onbedoelde verstoring van deze zeldzame soort.
Körper
Vleugelspanwijdte
16.36 cm
Gewicht
437.916667 g
Max. Lebensalter
40.833333 Jahre
Fortpflanzung
Wurfgröße / Gelege
1, 1× pro Jahr
Bebrütungsdauer
41.8 Tage
Ausflugalter
47.7 Tage
Geschlechtsreife
~4 Jahre
Ernährung & Verhalten
Fratercula arctica behoort tot de familie van de alken (Alcidae) binnen de orde van de steltloperachtigen (Charadriiformes). Het verspreidingsgebied omvat de Noord-Atlantische Oceaan en aangrenzende zeegebieden van Centraal-Europa tot in het Arctisch gebied. De soort is perfect aangepast aan een leven op volle zee en komt vrijwel uitsluitend aan land tijdens de voortplantingsperiode. Verwarring is door de karakteristieke snavel nauwelijks mogelijk, waarbij jonge dieren een aanzienlijk eenvoudigere, donkerdere snavel hebben.
•Neff et al. (2025) — Swiss Moth Traits, DOI: 10.5281/zenodo.14506883 (CC BY)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →