Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieGalatella sedifolia
Uitheemse soort (Neofyt)
Deze plant is niet inheems in Centraal-Europa. Ze werd na 1492 geïntroduceerd en heeft zich in het wild gevestigd. Gedocumenteerde interacties met inheemse fauna staan hieronder vermeld — deze vervangen echter niet de ecologische waarde van inheemse planten.
Galatella sedifolia is herkenbaar aan de smalle, lancetvormige bladeren en de mandvormige, violetblauwe bloemen. Met een hoogte van 0,2 m blijft de plant compact. De bloeiperiode loopt van juni tot september, waardoor de plant in de nazomer als nectarplant fungeert. Deze kruidachtige plant gedijt goed op zonnige locaties.
Compacte violette bloei voor zonnige, droge borders van juni tot september.
Met een bloeiperiode van juni tot september biedt Galatella sedifolia een nectarplant en pollenbron voor diverse bestuivers. Het lage gewicht van de zaden (0,56 mg) maakt verspreiding door de wind mogelijk. Omdat de plant in de winter niet verhout, bieden de resterende zaadstanden structuur in de tuin.
Galatella sedifolia is niet veilig voor consumptie. Voorkom inname van plantendelen door kinderen of huisdieren. Neem bij vermoeden van vergiftiging direct contact op met een arts of het antigifcentrum.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Jun – Sep
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.2 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een volledig zonnige standplaats met minimaal 6 uur direct zonlicht.
De bodem dient schraal en goed doorlatend te zijn; vermijd zware, natte grond.
Planten kan in het voorjaar (maart tot mei) of in het najaar (september tot november).
Houd een plantafstand van circa 25 cm aan.
Water geven is alleen nodig bij langdurige droogte; voorkom wateroverlast.
Snoei de verdroogde stengels pas in het vroege voorjaar terug.
Vermeerdering is mogelijk door deling van de wortelstok of via de lichte zaden.
Galatella sedifolia behoort tot de familie Asteraceae en het geslacht Galatella. In Centraal-Europa komt de soort voor op xerotherme graslanden (droge, warme schrale grasmatten). Het is een kruidachtige plant die een maximale hoogte van 0,2 m bereikt en niet verhout. De soort is gespecialiseerd in droge standplaatsen.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →