Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieGalium palustre subsp. palustre
Galium palustre subsp. palustre valt op door de fijne, witte bloeiwijzen en de smalle bladeren die in kransen rond de vierkantige stengels staan. Deze inheemse wilde plant is geschikt voor vochtige standplaatsen of een vochtige oever. De soort gedijt in de halfschaduw en biedt structuur in de oeverzone.
Fijne bloeiwijzen voor een vochtige oever: een robuuste plant voor de vijverrand.
Als inheemse wilde plant draagt Galium palustre subsp. palustre bij aan de biodiversiteit in vochtige biotopen. De kruipende tot opstijgende groeiwijze biedt beschutting aan amfibieën en kleine bodemdieren. De bloemen dienen als nectarplant voor zweefvliegen en kleine wilde bijen. De holle stengels bieden in de wintermaanden een schuilplaats voor insectenlarven. Daarnaast draagt de plant bij aan de bodemstabilisatie in de vochtige oever.
Galium palustre subsp. palustre is niet geschikt voor consumptie. Hoewel er geen acute giftigheid bekend is, wordt voorzichtigheid geadviseerd in ruimtes waar kinderen spelen.
Licht
Halbschatten
Vochtigheid
Feucht
Bodem
Mittelzehrer (Normaler Boden)
Bloeitijd
—
Bodemreactie
Mäßig sauer bis neutral
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.356 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies voor Galium palustre subsp. palustre een standplaats in de halfschaduw, aangezien de plant op zonnige plekken snel uitdroogt. De bodem moet constant vochtig zijn; een plek direct aan de waterlijn of in een vochtige laagte is ideaal. Als plant met een gemiddelde voedingsbehoefte is normale tuingrond zonder extra bemesting voldoende.
De beste planttijd is in het voorjaar (maart tot mei) of in het najaar (september tot november), mits de bodem vorstvrij is.
Zorg dat de bodem niet uitdroogt, zeker niet in de eerste weken na aanplant.
Vermeerdering vindt plaats via deling van de wortelstok of door natuurlijke uitzaaiing.
Terugsnoeien is niet noodzakelijk, maar verdroogde stengels kunnen in de late winter worden verwijderd.
Geschikte combinatie: Myosotis scorpioides. Beide soorten gedijen goed op natte standplaatsen en vormen samen een natuurlijke begroeiing langs de oever.
Galium palustre subsp. palustre is een kenmerkende soort voor vochtgebieden en behoort tot de orde Gentianales. De plant komt algemeen voor in sloten, langs oevers en in laagveen. De vierkantige stengel is typerend voor het geslacht en biedt stabiliteit in dichte vegetatie. De kleine, stervormige bloemen staan in losse pluimen.
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →