Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieGladiolus communis
Gladiolus communis valt op door de intens purperroze bloemen aan een eenzijdige bloeiwijze. Als inheemse wilde plant is deze soort aangepast aan het lokale klimaat en biedt zij van juni tot oktober een betrouwbare nectarplant voor bestuivers. Omdat de soort in het wild zeldzaam is geworden, draagt aanplant bij aan het behoud van de biodiversiteit. Het is een robuuste, overblijvende soort die jaarlijks terugkeert.
Inheemse wilde schoonheid: bloeit uitbundig van juni tot oktober op een hoogte van 0,64 m.
Gladiolus communis is een ecologisch waardevolle inheemse soort. De diepe bloemkelken bieden van juni tot oktober nectar voor bestuivers met een lange roltong. De plant draagt bij aan het microbiologische netwerk in de bodem via mycorrhiza-symbiose. Na de bloei vormen de zaaddozen een natuurlijke structuur in de wintertuin.
Gladiolus communis is niet veilig voor consumptie; alle plantendelen, en in het bijzonder de knollen, kunnen giftige stoffen bevatten. Wees voorzichtig in tuinen met kleine kinderen of huisdieren. Raadpleeg bij inname direct een arts of het antigifcentrum.
Licht
Sonne
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Jun – Okt
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.645 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een volledig zonnige standplaats (lichtwaarde 8) met minimaal zes uur direct zonlicht.
De bodem dient schraal te zijn, aangezien de plant een lage voedingsbehoefte heeft.
Een neutrale tot zwak zure bodem (reactiewaarde 6) is optimaal.
Planttijd is in het voorjaar (maart tot mei) of in het najaar (september tot november), mits de bodem niet bevroren is.
Plant de knollen op circa 10 cm diepte; een drainagelaag voorkomt wateroverlast.
De plant vormt een AM-mycorrhiza-symbiose, waardoor een gezonde, onbehandelde bodem de groei bevordert.
Verwijder het blad pas nadat dit volledig is vergeeld, zodat de knol voedingsstoffen kan opslaan.
Geschikte partner: Salvia pratensis, die dezelfde voorkeur heeft voor zonnige, schrale standplaatsen.
Gladiolus communis behoort tot de familie van de lissen (Iridaceae). De soort komt van nature voor in droge, warme schrale grasmatten en lichte bossen. Kenmerkend zijn de zwaardvormige bladeren en de opgaande, niet-verhoute groeiwijze met een hoogte van 0,64 m. Als overblijvende, kruidachtige plant overwintert de soort middels een ondergrondse spruitknol. De soort onderscheidt zich van gecultiveerde gladiolen door een fijnere groeiwijze en kleinere, kleurintensieve bloemen.
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →