Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieGrimmia longirostris
Grimmia longirostris vormt opvallende zilvergrijze kussens die bij droogte strak samentrekken en bij regen weer diepgroen kleuren. Dit mos groeit op kale steenoppervlakken en draagt bij aan het microklimaat door vocht vast te houden. Hoewel het geen nectarbron is, biedt het beschutting aan kleine organismen en wordt het door vogels gebruikt als nestmateriaal. Het mos blijft in de winter groen en biedt structuur op zonnige stenen muren.
Zilverachtige overlever: dit kussenmos trotseert de hitte op elke steen.
Mossen produceren geen nectar of pollen voor insecten. Hun ecologische waarde ligt in het vermogen om grote hoeveelheden regenwater op te slaan en geleidelijk af te geven. De dichte kussens vormen een habitat voor micro-organismen zoals springstaarten (Collembola), die op hun beurt dienen als voedselbron voor andere dieren. Vogels, zoals het roodborstje (Erithacus rubecula), gebruiken de moskussens als nestmateriaal.
Er zijn geen gegevens bekend over giftigheid. Echter, moskussens op stenen kunnen bij nat weer glad worden, wat een risico op uitglijden met zich meebrengt.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Standplaats: Volle zon tot halfschaduw, direct op stenen of een stapelmuur.
Ondergrond: Vereist silicaatrijk gesteente (kalkvrij); gedijt doorgaans niet op beton of kalksteen.
Planttijd: Aanplant is mogelijk van maart tot mei of van september tot november, mits de weersomstandigheden vochtig genoeg zijn.
Bodemgesteldheid: Geen aarde nodig; mossen nemen voedingsstoffen op via regenwater.
Onderhoud: Zeer onderhoudsarm; niet bemesten, niet snoeien.
Water: Bij extreme droogte gaat het mos in een rustfase (anabiose) en is extra water geven niet nodig.
Vermeerdering: Via sporen of door voorzichtig delen van bestaande kussens.
Combinatie: Geschikt in combinatie met Sedum album, aangezien beide soorten gedijen op extreme, stenige locaties.
Grimmia longirostris behoort tot de familie Grimmiaceae en is inheems in Oostenrijk. De soort groeit epilithisch op kalkvrije, silicaatrijke ondergronden zoals graniet of gneis. Een kenmerkend aspect zijn de glasharen (kleurloze bladpunten) die zonlicht reflecteren en uitdroging tegengaan. De soort vormt dichte, halfronde kussens die zeer goed bestand zijn tegen extreme hitte en kou.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →