Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieTropaeolum majus
13
Soorten
interageren
230
Interacties
gedocumenteerd
6
Gastheerrelaties
Soorten
Tropaeolum majus valt op door de ronde, schildvormige bladeren en de felgekleurde, trechtervormige bloemen met een lange spoor. De plant fungeert als rupswaardplant voor het klein koolwitje (Pieris rapae). Daarnaast bezoeken de steenhommel en diverse wespensoorten gedurende vele maanden de nectarrijke bloemen. Het is een rijkbloeiende plant die kleur biedt tot de eerste vorst.
Kleurrijke nectarplant en rupswaardplant van april tot november.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Tropaeolum majus is een belangrijke bron voor het klein koolwitje (Pieris rapae), waarvan de rupsen afhankelijk zijn van de bladeren als voedsel. De bloemen bieden van april tot november een nectarplant voor de steenhommel en diverse wespensoorten. Ook kevers gebruiken de plant als leefgebied. Door de lange bloeiperiode overbrugt de plant voedselarme perioden in de zomer en het najaar. Het dichte bladerdek biedt schaduwrijke schuilplaatsen voor bodemorganismen.
Tropaeolum majus is niet kindvriendelijk. Vanwege de aanwezige mosterdolieglycosiden kan consumptie van grote hoeveelheden bij kinderen leiden tot maag-darmklachten. Vanwege de karakteristieke ronde bladeren en de bloemspoor is er geen risico op verwarring met giftige wilde planten.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
—
Bloeitijd
Apr – Nov
Bioregio
Continental
Nectarwaarde
5
Pollenwaarde
5
Groeivorm
Kletterpflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.8 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies voor de zaai een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats met doorlatende grond.
De ideale planttijd is tussen maart en mei, zodra de vorst uit de grond is.
Druk de zaden ongeveer twee centimeter diep in de bodem; een onderlinge afstand van 30 centimeter is aanbevolen.
Dankzij de arbusculaire mycorrhiza (AM – een nuttige verbinding met bodemschimmels) heeft de plant nauwelijks extra bemesting nodig.
Zorg voor een gelijkmatige bodemvochtigheid, maar vermijd wateroverlast.
Snoeien is niet noodzakelijk, maar kan bij een te uitbundige groei worden toegepast.
De plant is niet winterhard en sterft af bij vorst, maar zaait zichzelf vaak uit op geschikte locaties.
In het najaar kunnen de rijpe, bolvormige zaden worden verzameld en droog worden bewaard.
Tropaeolum majus behoort tot de familie Tropaeolaceae. Een biologisch kenmerk is de arbusculaire mycorrhiza (AM), een symbiose tussen schimmels en wortels die de opname van voedingsstoffen bevordert. De bladeren zijn peltata (schildvormig), waarbij de bladsteel in het midden van het blad aanhecht. De bloemen beschikken over een opvallende kelkspoor die nectar diep in de bloem verbergt.
6 soorten interageren met deze plant
6 soorten gebruiken deze plant als gastheer
•EuPPollNet (Zenodo 10.5281/zenodo.14747448)
•Cook et al. (2025) UK Butterfly & Moth Traits (DOI: 10.5285/dbc7cc17-cbbd-49dd-bab4-8e8855768d66)
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•EuPPollNet — Kuppler et al. (2025), DOI: 10.1111/geb.70000 (CC BY 4.0)
•Database of Pollinator Interactions (DoPI) — Pocock et al. (2022), DOI: 10.1002/ecy.3801 (CC BY)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →