Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieHahnia thymorum
Hahnia thymorum is met een lichaamslengte van slechts 1,5 tot 2 millimeter minuscuul, maar is in detail herkenbaar aan de naast elkaar geplaatste spintepels aan het uiteinde van het achterlijf. Deze soort valt op door haar lichte, bruinachtige kleur met een donkerder tekeningpatroon op het kopborststuk. Je vindt deze spin meestal op de bodem van droge locaties, waar ze kleine baldakijnnetten – horizontale vangwebben – spint over kleine kuiltjes in de grond. Ze voedt zich voornamelijk met micro-organismen zoals springstaarten (Collembola). De voortplanting vindt meestal plaats in de vroege zomer, waarna de vrouwtjes hun eicocons goed verborgen in de strooisellaag afzetten. Om te overwinteren trekken zowel jonge als volwassen dieren zich terug in de isolerende bladerlaag of onder stenen. Als tuinier kun je haar ondersteunen door zonnige, voedselarme plekken aan te leggen met inheemse grote tijm (Thymus pulegioides) of wilde tijm (Thymus serpyllum). Door niet diep te spitten, blijven haar kwetsbare woonholtes en netten in de bodem behouden.
Volkomen onschadelijk en een graag geziene gast in de tuin. Vanwege haar minuscule kaken kan ze de menselijke huid niet doorboren; er is geen enkel risico op beten of gevaar door gif voor de mens.
Hahnia thymorum behoort tot de familie van de kamspinnen (Hahniidae) en komt vooral voor in Midden- en Zuid-Europa. Kenmerkend voor het geslacht Hahnia is de rangschikking van de spintepels in een dwarsrij, wat hen onderscheidt van andere bodembewonende spinnen. Ze geeft de voorkeur aan open, xerotherme – oftewel droge en warme – habitats met schaarse vegetatie. In veel regio's wordt ze als zeldzaam beschouwd en is ze afhankelijk van intacte droge graslanden en heidevelden.
•GBIF Occurrence Database (CC BY 4.0 / CC0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →