Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieHarpactea rubicunda
inheems Nederland
NSR v20260516 (Nederlands Soortenregister) · 100 % · 2026
Harpactea rubicunda kenmerkt zich door een roodbruin voorlijf en een contrasterend, lichter achterlijf, met een lichaamslengte tot elf millimeter. Deze spin behoort tot de familie van de zesogige spinnen (Dysderidae), wat betekent dat het dier over zes in plaats van acht ogen beschikt. In plaats van een web te spinnen, jaagt deze soort als actieve nachtjager op de bodem. Overdag verblijft Harpactea rubicunda meestal in een beschermende spinselzak onder stenen, dood hout of in de strooisellaag. De spin speelt een rol als natuurlijke predator door te jagen op pissebedden en andere bodembewonende geleedpotigen. Een natuurlijke tuin met voldoende schuilplaatsen, zoals bladafval onder struiken en stapels stenen, biedt geschikte leefomstandigheden. De aanwezigheid van deze dieren duidt op een gezond bodemleven. Waarneming is het meest kansrijk tijdens milde nachten op boomstammen of tuinpaden.
Deze spin is ongevaarlijk voor mensen en vlucht bij verstoring direct naar een schuilplaats. Hoewel het dier over krachtige cheliceren beschikt voor het grijpen van prooien, vindt een beet alleen plaats bij extreme bedreiging en is de uitwerking vergelijkbaar met een lichte prik.
Harpactea rubicunda behoort tot de familie van de zesogige spinnen (Dysderidae) binnen de orde van de spinnen (Araneae). De soort is inheems en wijdverspreid in Centraal-Europa. De voorkeur gaat uit naar matig vochtige tot droge habitats zoals open bossen, tuinen of struikgewas. Met een lichaamslengte van ongeveer acht tot elf millimeter is het een opvallende vertegenwoordiger van het geslacht Harpactea. Als schemer- en nachtactieve jager leeft de soort op de bodem en bouwt geen vangnetten.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•GBIF Occurrence Database (CC BY 4.0 / CC0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →