Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieHildenbrandia rivularis
Hildenbrandia rivularis is herkenbaar aan de felrode, bijna bloedrode korsten op stenen onder water. Deze soort is een indicator voor een uitstekende waterkwaliteit, aangezien zij uitsluitend gedijt in schoon, zuurstofrijk water. De algenkorst dient als voedselbron voor micro-organismen zoals larven van haften (Ephemeroptera) en biedt beschutting aan vlokreeften (Gammarus fossarum).
Robijnrode onderwaterjuwelen: een natuurlijke indicator voor de zuiverste waterkwaliteit.
Hildenbrandia rivularis is een ecologische specialist die fungeert als levensbasis voor diverse waterbewoners. Op de ruwe oppervlakken vestigen zich diatomeeën (kiezelwieren), die samen met de roodwier worden begraasd door de mutsslak (Ancylus fluviatilis). Ook larven van steenvliegen (Plecoptera) gebruiken deze oppervlakken als stabiele ondergrond in de stroming. In de microscopische oneffenheden van de algenkorst vinden raderdiertjes (Rotatoria) een beschermde leefomgeving. Door fotosynthese draagt de soort bij aan de zuurstofproductie in het water.
De soort is niet kindvriendelijk. De begroeide stenen in het water kunnen zeer glad zijn, wat een risico op uitglijden en vallen met zich meebrengt. De algen zelf zijn niet giftig, maar consumptie wordt afgeraden.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Standplaats: Vereist stromend, koel water (Ellenberg vochtigheidsgetal 12: ondergedompeld).
Licht: De soort prefereert schaduwrijke tot halfschaduwrijke plekken in de beek (Ellenberg lichtgetal 3: schaduwplant).
Waterkwaliteit: Het water moet voedselarm en zuurstofrijk zijn; kalkhoudend water heeft vaak de voorkeur.
Introductie: Aangezien algen niet in de klassieke zin worden geplant, kunnen stenen die reeds met de soort zijn begroeid het beste tussen maart en mei of van september tot november worden geplaatst.
Onderhoud: Vermijd het schrobben van stenen en voorkom de toevoer van meststoffen in de nabijheid van de oever om draadalgen te voorkomen.
Voortplanting: Onder gunstige omstandigheden verspreidt de soort zich via sporen zelfstandig naar naburige stenen.
Combinatie: Veronica beccabunga is een geschikte partner langs de oever, aangezien deze soort voor extra schaduw zorgt en zo de voor de algen noodzakelijke koele watertemperaturen stabiliseert.
Hildenbrandia rivularis behoort tot de orde Hildenbrandiales en is een van de weinige roodwieren die permanent in zoetwater leeft. De soort komt voor in schone beken in berg- en middelgebergtegebieden, waar zij zich vasthecht aan gesteente. De thallus (het plantlichaam zonder echte wortels) groeit als een dunne, extreem harde korst die in tegenstelling tot veel andere algen niet slijmerig aanvoelt. De soort vormt geen bloemen en plant zich voort via microscopisch kleine sporen.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →