Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieInula racemosa
Uitheemse soort (Neofyt)
Deze plant is niet inheems in Centraal-Europa. Ze werd na 1492 geïntroduceerd en heeft zich in het wild gevestigd. Gedocumenteerde interacties met inheemse fauna staan hieronder vermeld — deze vervangen echter niet de ecologische waarde van inheemse planten.
Inula racemosa valt op door zijn imposante verschijning en felgele bloemhoofdjes, die van juli tot oktober in trossen verschijnen. Deze robuuste vaste plant biedt structuur en fungeert in de nazomer als een waardevolle nectarplant en pollenbron voor insecten, juist wanneer het aanbod van andere bloeiende planten afneemt.
Imposante laatbloeier: gele bloemenpracht voor insecten tot in oktober.
Door de late bloeiperiode van juli tot oktober is Inula racemosa een essentiële voedselbron voor bestuivers wanneer het algemene bloemaanbod in het landschap afneemt. De bloemhoofdjes bieden gemakkelijk toegankelijke nectar en pollen voor diverse insecten. In de winter bieden de holle stengels en uitgebloeide bloemhoofdjes bescherming aan overwinterende insectenlarven, terwijl vogels de zaden als energiebron kunnen benutten.
Inula racemosa is niet veilig voor consumptie. Contact met de plant kan bij sommige personen allergische huidreacties veroorzaken. Bij inname of contactklachten dient contact te worden opgenomen met een medische hulpdienst of het antigifcentrum.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Jul – Okt
Planttijd: April of mei is het ideale moment voor het aanplanten.
Standplaats: Een zonnige tot halfschaduwrijke plek met voldoende ruimte.
Bodem: Diepe, voedselrijke en gelijkmatig vochtige grond.
Plantafstand: Houd een afstand van 80 tot 100 centimeter aan in verband met de omvang van de plant.
Verzorging: Een gift compost in het voorjaar ondersteunt de groei.
Waterbehoefte: Tijdens droge zomermaanden regelmatig water geven om verwelking van de grote bladeren te voorkomen.
Snoei: Laat de uitgebloeide stengels gedurende de winter staan; deze bieden een schuilplaats voor insecten.
Vermeerdering: Deling van de wortelstok is in het vroege voorjaar mogelijk.
Combinaties: Vermijd Calystegia sepium; kies in plaats daarvan voor Eupatorium cannabinum, aangezien beide soorten van vochtige standplaatsen houden en elkaar in de late bloeiperiode aanvullen.
Inula racemosa behoort tot de familie Asteraceae. De soort is inheems in de berggebieden van Centraal-Azië en gedijt in tuinen op zonnige bosranden. De plant kenmerkt zich door grote, gerimpelde bladeren en een trosvormige rangschikking van de bloemhoofdjes langs het bovenste deel van de stengel, wat compacter is dan bij Inula helenium.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →