Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieIphiclides podalirius
Herkomst onbekend
NSR v20260516 (Nederlands Soortenregister) · 2026 · 100%
42
Planten
bezocht
60
Interacties
gedocumenteerd
13
Gastheerplanten
bekend
Iphiclides podalirius is herkenbaar aan de lichtgele tot bijna witte basiskleur en de opvallend lange, smalle uitsteeksels aan de achtervleugels, die doen denken aan zeilen. Kenmerkend zijn de zes tot zeven zwarte dwarsstrepen op de voorvleugels, die een zebra-achtig patroon vormen. De vlinder is volgens de beschikbare gegevens vooral actief in de zomermaanden juli en augustus. De vrouwtjes leggen hun eieren op de bladeren van specifieke houtige gewassen, zodat de uitkomende larven direct over voedsel beschikken. In het voorjaar bezoekt de vlinder voor nectarplanten graag de zoete kers (Prunus avium) of de sleedoorn (Prunus spinosa). Tijdens de zomermaanden is de soort vaak te vinden op rode klaver (Trifolium pratense) of grote kaardebol (Dipsacus fullonum). De rups voedt zich met de bladeren van de eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) of de lijsterbes (Sorbus aucuparia). Aangezien er geen specifieke gegevens over de overwintering in de database beschikbaar zijn, wordt dit aspect niet vermeld. De soort kan in de tuin worden ondersteund door het aanplanten van inheemse struiken zoals de sleedoorn (Prunus spinosa) en door af te zien van chemische bestrijdingsmiddelen.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Iphiclides podalirius is volledig ongevaarlijk en een welkome tuingast die niet steekt of bijt. Omdat het een kwetsbare soort is, dient de vlinder niet gevangen of aangeraakt te worden om de fijne schubben op de vleugels niet te beschadigen. De soort kan uitstekend van korte afstand worden geobserveerd tijdens het bezoeken van bloemen.
Iphiclides podalirius behoort tot de familie van de pages (Papilionidae) binnen de orde van de vlinders (Lepidoptera). De soort komt voor in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, maar wordt zeldzamer door het verlies van schrale graslanden en zonnige heggen. Door de lichte kleur en de karakteristieke staarten aan de vleugels is de soort goed te onderscheiden van andere grote vlinders. De soort geeft de voorkeur aan warme locaties en is een typische bewoner van structuurrijke tuinlandschappen en bosranden.
13 planten dienen als voedsel voor de larven
29 planten worden door deze soort bezocht
•EuPPollNet (Zenodo 10.5281/zenodo.14747448)
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →