Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratiePterocarya fraxinifolia
Pterocarya fraxinifolia valt op door de tot 50 centimeter lange, hangende vruchtstanden die aan groene parelsnoeren doen denken. Deze imposante boom biedt in grote tuinen een waardevolle habitat en fungeert als schaduwgever. De boom vormt in de bodem een symbiose met arbusculaire mycorrhizaschimmels, wat de bodembiologie versterkt. Vanwege de aanzienlijke omvang is voldoende ruimte vereist voor een gezonde ontwikkeling.
Imposante schaduwgever met unieke vruchtketens voor grote tuinen.
Het complexe wortelnetwerk, ondersteund door arbusculaire mycorrhiza, verbetert de bodemstructuur en bevordert de nutriëntencyclus. In het dichte bladerdek vinden vogels zoals Turdus philomelos nestgelegenheid en beschutting. De in het najaar rijpende noten dienen als voedsel voor kleine zoogdieren. Omdat de boom door de wind wordt bestoven, produceert deze geen nectar, maar biedt de omvang en biomassa een belangrijke stapsteen voor de lokale fauna.
Pterocarya fraxinifolia bevat looistoffen die bij huidcontact of consumptie ongemak kunnen veroorzaken. Vanwege de unieke, lange vruchtketens is verwarring met sterk giftige bomen onwaarschijnlijk.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
—
Bloeitijd
Mai – Jul
Bioregio
Continental
Groeivorm
Baum
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
30 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Pterocarya fraxinifolia vereist een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats en gedijt het best op verse tot vochtige bodems. Een goede watervoorziening is essentieel; korte overstromingen worden verdragen, terwijl langdurige droogte moet worden vermeden.
Bodem: Diepgrondig, voedselrijk en bij voorkeur lemig.
Planttijd: Ideaal van maart tot mei of in het najaar van september tot eind november.
Onderhoud: Verwijder indien nodig worteluitlopers als de beschikbare ruimte beperkt is.
Vermeerdering: Mogelijk door zaaien van de gevleugelde noten of door het afsteken van uitlopers.
Combinatie: Een geschikte partner is Iris pseudacorus. Beide soorten prefereren vochtige standplaatsen, waarbij de iris de halfschaduw onder de boom benut.
Pterocarya fraxinifolia behoort tot de familie Juglandaceae binnen de orde Fagales. De soort is in parken en grote tuinen aangeplant en gedijt bij voorkeur op vochtige standplaatsen. Kenmerkend zijn de verspreid staande, oneven geveerde bladeren die tot 60 centimeter lang kunnen worden. Als bladverliezende boom vormt de soort vaak een brede kroon en heeft de neiging worteluitlopers te vormen.
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →