Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieChaenorhinum minus
14
Soorten
interageren
14
Interacties
gedocumenteerd
1
Gastheerrelaties
Soorten
Chaenorhinum minus is een verfijnde plant met kleine, leeuwebekachtige bloemen in zachtviolet met een gele keel. Deze soort gedijt op droge, schrale locaties en vormt een ecologische meerwaarde in nissen zoals voegen in bestrating of op kale muurkronen. Als nectarplant ondersteunt de soort diverse vlindersoorten, waaronder Melitaea phoebe.
Verfijnde droogtespecialist: ideaal voor muurvoegen en als ondersteuning voor vlinders.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
De plant fungeert als een belangrijke nectarplant voor diverse dagvlinders, waaronder Euphydryas aurinia, Melitaea phoebe en Boloria pales. Daarnaast dient de soort als gespecialiseerde rupswaardplant voor de Hellgraue Leinkraut-Kappeneule. De verspreiding verloopt via de wind, waarbij de zaden met een gewicht van slechts 0,0657 mg efficiënt nieuwe open bodemoppervlakken koloniseren zonder andere soorten te verdringen.
Chaenorhinum minus is niet veilig voor consumptie. Voorkom dat kinderen of huisdieren plantendelen in de mond nemen of consumeren. Neem bij accidentele inname direct contact op met de relevante hulpdiensten.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Jun – Okt
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.137 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een volledig zonnige standplaats, bij voorkeur op een warme plek in een rotstuin of in muurvoegen.
De planttijd is in het voorjaar (maart tot mei) of in het najaar, zolang de bodem vorstvrij is.
De bodem dient schraal, kalkhoudend en zeer goed doorlatend te zijn; wateroverlast moet strikt worden vermeden.
Met een hoogte van 0,14 m vereist de plant weinig ruimte.
Omdat de soort eenjarig of kortlevend is, dienen uitgebloeide stengels te blijven staan voor natuurlijke zaadverspreiding.
Vermeerdering vindt eenvoudig plaats via de zeer lichte zaden (diasporen).
Snoeien is niet nodig, aangezien de plant in de winter meestal volledig afsterft.
Geschikte partner: Anthemis tinctoria, die dezelfde voorkeur heeft voor droge standplaatsen.
Chaenorhinum minus behoort tot de familie Plantaginaceae en wordt in Duitsland en Oostenrijk geclassificeerd als een archeofyt. De soort geeft de voorkeur aan xerotherme standplaatsen en komt van nature voor op puinrijke akkers of spoordijken. Deze kruidachtige plant bereikt een hoogte van exact 0,14 m en heeft kleine, breedbladige bladeren. Een opvallend kenmerk is de arbusculaire mycorrhiza (AM), een symbiose met bodemschimmels die de nutriëntenopname op arme bodems optimaliseert.
13 soorten interageren met deze plant
•Cook et al. (2025) UK Butterfly & Moth Traits (DOI: 10.5285/dbc7cc17-cbbd-49dd-bab4-8e8855768d66)
•Middleton-Welling_2020
•FloraWeb / BfN
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →