
Laburnum alpinum
Laburnum alpinum valt op door de opvallende, tot 40 centimeter lange, hangende gele bloemtrossen. Als stikstofbindende plant verbetert de soort op natuurlijke wijze de bodemgesteldheid. Deze struik is geschikt voor natuurlijke heggen en biedt beschutting aan de lokale fauna. De soort gedijt goed op kalkrijke bodems.
Inheemse bloemenpracht uit de Alpen: een gouden accent voor kalkrijke tuinen.
Laburnum alpinum fungeert als bodemverbeteraar door symbiose met stikstofbindende bacteriën in de wortelknolletjes. De dichte groeiwijze biedt schuilplaatsen voor lokale fauna. De hangende bloeiwijzen produceren nectar voor gespecialiseerde insecten in bergachtige regio's.
Alle delen van Laburnum alpinum zijn zeer giftig, in het bijzonder de zaden in de peulen. De plant is niet kindvriendelijk en dient niet te worden aangeplant in tuinen waar kleine kinderen of huisdieren zonder toezicht verblijven.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Mai – Aug
Groeivorm
Baum
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Laubabwerfend
Planthoogte
4.606 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies voor Laburnum alpinum een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats.
Bodem: De soort prefereert doorlatende grond die bij voorkeur alkalisch (basisch, kalkhoudend) is.
Planttijd: Aanplanten in het voorjaar tussen maart en mei of in het najaar van september tot november.
Onderhoud: Snoeien is nauwelijks noodzakelijk, aangezien de struik een natuurlijke kroonvorm ontwikkelt.
Water geven: In de eerste periode na aanplant regelmatig water geven; later is de plant goed bestand tegen drogere perioden.
Vermeerdering: Dit gebeurt via zaden in de peulen, wat een langdurig proces is.
Combinatie: Erica carnea is een geschikte combinatie, aangezien beide soorten alkalische standplaatsen prefereren.
Laburnum alpinum behoort tot de familie van de vlinderbloemigen (Fabaceae). Het natuurlijke verspreidingsgebied omvat de gebergten van Midden- en Zuid-Europa. De struik kenmerkt zich door drietallige bladeren en een gladde, donkergroene schors. De soort geeft de voorkeur aan lichte standplaatsen op alkalische (kalkhoudende) bodems en groeit vaak uit tot een meerstammige kleine boom.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
•Foto: © Adobe Stock / AdobeStock_475753177
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →