Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieLinaria supina
Linaria supina kenmerkt zich door felgele lipbloemen met een opvallende spoor en een kruipende groeiwijze. Met een hoogte van 0,12 m vormt deze plant een lage vegetatielaag en gedijt goed bij stenen of op droge muren. De soort biedt van juni tot september voedsel aan gespecialiseerde bestuivers met een lange roltong op schrale standplaatsen. De bloemen zijn geschikt voor zonnige, zandige plekken.
Kruipende bodembedekker: bloeit vier maanden lang voor gespecialiseerde bestuivers.
Linaria supina fungeert van juni tot september als nectarplant. Door de diepe bloemspoor is de nectar toegankelijk voor gespecialiseerde insecten met een lange roltong. De zaden (0,59 mg) worden door de wind verspreid, wat bijdraagt aan de verspreiding in het landschap. De stengels bieden in de winter structuur voor de bodemfauna.
Linaria supina is niet veilig voor consumptie. Vermijd inname van plantendelen. Bij accidentele inname direct contact opnemen met een antigifcentrum of arts. Plaats de plant buiten het bereik van speelplekken voor kleine kinderen.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Jun – Sep
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.122 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een volledig zonnige standplaats met minimaal zes uur direct zonlicht per dag.
De bodem moet zeer goed doorlatend en voedselarm zijn; zand- of kiezelgronden zijn ideaal.
Planten kan in het voorjaar tussen maart en mei of in het najaar tot november, zolang de bodem open is.
Houd een plantafstand van ongeveer 15 centimeter aan.
Water geven is alleen nodig bij extreme droogte.
Bemesting is niet nodig, omdat een teveel aan voedingsstoffen de plant instabiel maakt.
Met een zaadgewicht van 0,59 mg verspreidt de plant zich vaak zelf via de wind.
Geschikte combinatie: Dianthus deltoides, die dezelfde voorkeur heeft voor schrale, zonnige standplaatsen.
Linaria supina behoort tot de familie Plantaginaceae en is een kruidachtige plant. De soort is inheems in West-Europa en groeit op ruderale terreinen en in open, droge graslanden. De bladeren hebben een oppervlakte van 12,52 mm². Als pioniersoort koloniseert de plant snel open, voedselarme bodems.
1 video over Linaria supina
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →