Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieMatricaria discoidea
16
Soorten
interageren
16
Interacties
gedocumenteerd
Matricaria discoidea is herkenbaar aan de groengele bloemhoofdjes zonder de typische witte lintbloemen. Bij het wrijven over de fijn geveerde bladeren komt een sterke appelgeur vrij. Deze plant bereikt een hoogte van 0,16 m en gedijt op verdichte paden en in voegen tussen bestrating. De soort biedt een pollenbron voor gespecialiseerde wilde bijen zoals Colletes hylaeiformis en Hylaeus communis.
Compacte plant van 0,16 m met appelgeur en waardevolle pollen voor wilde bijen.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
De plant fungeert als nectarplant en pollenbron voor diverse wilde bijen, waaronder Colletes hylaeiformis, Colletes similis en Hylaeus communis. Tussen juni en augustus bezoekt de kleine koolwitje (Pieris rapae) de bloemen. In het najaar en de winter dienen de zaden als voedselbron voor de putter (Carduelis carduelis). De zaden (diasporen) wegen 0,0828 mg en worden verspreid door wind en dieren.
Matricaria discoidea is niet giftig voor mensen of huisdieren. Vanwege het ontbreken van witte lintbloemen is verwarring met giftige soorten onwaarschijnlijk.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
Starkzehrer (Nährstoffreicher/Fetter Boden)
Bloeitijd
Jun – Aug
Bodemreactie
Basisch / Kalkhold
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.162 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Pollen
0.1536 mg/Blüte
Licht: Volle zon, minimaal 6 tot 8 uur direct zonlicht.
Vocht: Frisse bodem, verdraagt kortstondige droogte.
Voedingsstoffen: Gedijt het best op voedselrijke, humeuze bodems.
Bodemreactie: Prefereert kalkhoudende of basische standplaatsen (pH-waarde boven 7).
Planttijd: Maart tot mei of september tot november.
Hoogte: 0,16 m; snoeien is niet nodig.
Vermeerdering: De plant zaait zichzelf betrouwbaar uit via zaden van 0,0828 mg.
Combinatie: Achillea millefolium is een geschikte partner voor vergelijkbare standplaatsen.
Matricaria discoidea behoort tot de familie Asteraceae. Als neofyt is de soort wijdverspreid en vestigt zich bij voorkeur in tredplantengemeenschappen en op voedselrijke ruderale locaties. De plant heeft een kruidachtige groeiwijze en een hoogopstaande, holle bloembodem. De soort is morfologisch kenmerkend door de fijn verdeelde bladeren en het vermogen om op belaste standplaatsen te groeien.
1 video over Matricaria discoidea
5 soorten interageren met deze plant
•DoPI - Database of Pollinator Interactions (UK)
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•Baden-Böhm F, App M, Thiele J (2022) — The FloRes Database: A floral resources trait database for pollinator habitat-assessment generated by a multistep workflow. Johann Heinrich von Thünen-Institut, Dryad, DOI: 10.5061/dryad.djh9w0w29 (CC0)
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →