Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieMatricaria recutita subsp. bayeri
Matricaria recutita subsp. bayeri valt op door de felgele, kegelvormig gewelfde bloemharten en de karakteristieke, kruidige geur. Als inheemse ondersoort past deze plant uitstekend in natuurlijke tuinen en ondersteunt zij de lokale biodiversiteit. Als pioniersoort koloniseert de plant bij voorkeur open bodemoppervlakken en zorgt daar voor een ecologisch waardevolle begroeiing. Het is een robuuste wilde plant die gedijt op zonnige standplaatsen.
Inheemse wilde kamille: traditionele geur en ecologisch waardevol.
Als inheemse wilde plant is Matricaria recutita subsp. bayeri nauw verbonden met het lokale ecosysteem. Zij dient als nectarplant en pollenbron voor diverse bestuivende insecten, met name op recent gekoloniseerde terreinen. In de wintermaanden bieden de resterende zaadstanden een voedselbron voor vogels.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Mai – Aug
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies voor Matricaria recutita subsp. bayeri een volledig zonnige standplaats.
De plant vereist open bodemoppervlakken, aangezien zij licht nodig heeft om te kiemen.
De optimale zaaiperiode is tussen maart en mei, zodra de bodem bewerkbaar is.
De bodem dient doorlatend te zijn; zware, natte grond is minder geschikt.
Aangezien de plant eenjarig is, is geen intensief onderhoud of snoei vereist.
Laat de uitgebloeide bloemhoofdjes in de nazomer staan voor natuurlijke zaadverspreiding.
Bemesting is in normale tuingrond doorgaans niet nodig.
Vermeerdering vindt plaats door de zaden direct ter plaatse op de bodem te strooien.
Geschikte combinatie: Cyanus segetum, aangezien beide soorten vergelijkbare standplaatseisen hebben.
Matricaria recutita subsp. bayeri is een ondersoort uit de familie Asteraceae. De plant is inheems en groeit van nature op akkers, puinhellingen en langs wegbermen. Een kenmerkend onderscheidend aspect is de holle bloembodem. De bladeren zijn fijn geveerd, wat de plant een verfijnd uiterlijk geeft ondanks haar robuuste karakter.
•Baden-Böhm F, App M, Thiele J (2022) — The FloRes Database: A floral resources trait database for pollinator habitat-assessment generated by a multistep workflow. Johann Heinrich von Thünen-Institut, Dryad, DOI: 10.5061/dryad.djh9w0w29 (CC0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →